Missie: visie & leerdoelen

Om burgerschapsonderwijs goed vorm te geven moet een school eerst duidelijk hebben wat zij onder burgerschap verstaat. De manier waarop een school de visie op burgerschap uitwerkt, hangt samen met de visie op mens en maatschappij, de opvattingen over wat leerlingen nodig hebben, en de wettelijke eisen. Deze visie wordt uitgewerkt in concrete leerdoelen voor kennis, vaardigheden en houdingen.

Afbeelding over

Een visie geeft richting aan gezamenlijke keuzes in doelen, inhoud en aanpak. Die laat zien welke waarden je samen wilt uitdragen, wat je belangrijk vindt in de ontwikkeling van leerlingen, waar je de schooleigen accenten legt en hoe de school een oefenplaats is voor actief burgerschap en sociale cohesie.

IJkpunten voor visie en leerdoelen

Visie

Onze school heeft een duidelijke visie op burgerschapsonderwijs.

  • Onze visie maakt duidelijk waartoe we leerlingen willen toerusten.
  • Onze visie laat zien welke keuzes we maken en waarom.
  • Onze visie maakt zichtbaar welke schoolcultuur we nastreven.
  • Onze visie voldoet aan de wettelijke eisen.

Leerdoelen

Onze school heeft concrete leerdoelen vastgesteld.

  • In onze leerdoelen zijn alle aspecten van onze visie op burgerschap uitgewerkt.
  • Onze leerdoelen omvatten kennis, houdingen en vaardigheden.
  • In onze leerdoelen is aandacht voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en voor sociale en maatschappelijke competenties.
  • Onze leerdoelen zijn concreet en specifiek.

IJkpunten voor goed burgerschapsonderwijs

Aan de slag met de visie

Scholen kunnen sterk van elkaar verschillen; een visie heeft daarom pas waarde als deze past bij de school. Algemene teksten zijn bijna niet te gebruiken als ze niet aansluiten bij de eigen leerlingpopulatie en schoolcultuur. Goed burgerschapsonderwijs vraagt daarom een doelbewuste en gerichte aanpak. Als je weet waar het je uiteindelijk om te doen is, geeft dit richting in de dagelijkse praktijk. De visie op burgerschapsonderwijs moet worden opgenomen in de schoolgids en het schoolplan.

Vier manieren om een burgerschapsvisie te ontwikkelen

Je kunt op verschillende manieren aan de slag met je visie. :

  1. Vertaling van bestuursvisie naar schoolvisie
    Gebruik de visie op onderwijs, burgerschap of burgerschapsonderwijs die het bestuur heeft geformuleerd als uitgangspunt en maak deze schoolspecifiek. Hoe krijgen de kernwaarden en/of basiswaarden van het bestuur vorm op jouw school? Welke uitwerking van de thema’s die op bestuursniveau zijn vastgesteld past bij jouw leerlingen, de omgeving en het type onderwijs?
    De bestuursvisie geeft richting en zorgt voor samenhang tussen de scholen binnen het bestuur. De schoolvisie vertaalt deze uitgangspunten vervolgens naar de eigen schoolcontext en maakt ze concreet voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Daarom is een bestuursvisie niet één op één over te nemen; iedere school legt eigen accenten die passen bij hun leerlingpopulatie, omgeving en onderwijsaanbod.
  1. De basiswaarden en hun betekenis
    In de aangescherpte wet worden een aantal basiswaarden van de democratie benoemd, waar een school minimaal aan moet werken. Ga als team in gesprek over wat deze waarden betekenen op jullie school. Hoe worden ze zichtbaar in het gedrag van leerlingen en collega’s? Hoe stimuleer je dat? Kijk ook welke waarden de school belangrijk vindt om toe te voegen naast de verplichte basiswaarden, en waarom. Houd hierbij rekening met de grondslag van jullie school: de levensbeschouwelijke basis, onderwijsvisie of pedagogische overtuiging die richting geeft aan jullie handelen. Wat betekent deze identiteit voor jullie burgerschapsonderwijs?
  1. Wat is ‘goed burgerschap’?
    Binnen het burgerschapsonderwijs kun je verschillende accenten leggen. Leenders, Veugelers en De Kat (2008) onderscheidden in hun onderzoeken onder docenten, schoolleiders, ouders en leerlingen drie typen burgerschap, gebaseerd op een verschillend cluster van pedagogische doelen:
    Deze clusters zijn: discipline, autonomie en sociale betrokkenheid, en werden in een eerder onderzoek van Veugelers en de Kat (2003) ontdekt. De drie typen burgerschap leggen verschillende accenten in doelen en hangen samen met andere pedagogisch-didactische praktijken (Leenders en Veugelers, 2004).
    Wanneer je dit model bekijkt, waar ligt dan op jouw school de nadruk?
  1. De persoonlijke motivatie van leerkrachten en leerlingen
    Burgerschap krijgt vorm in en door het handelen van iedereen op de school én in de interacties met elkaar. Veel van dit handelen gebeurt onbewust op basis van persoonlijke overtuigingen, ideeën, wensen en behoeften. Een gesprek op persoonlijk niveau kan helpen om een visie en missie te ontwikkelen waar leerlingen en leerkrachten intrinsiek gemotiveerd voor zijn.

Vragen die je aan collega’s kunt stellen:

  • Waarom geef je eigenlijk les?
  • Welke maatschappelijke ontwikkelingen stemmen je hoopvol? En welke somber?
  • Welke levensles wil je de leerlingen meegeven, en waarom?
  • De samenleving is diverser geworden. Wat betekent dat voor de opdracht van de leerkracht?
  • Wat wens je de leerlingen toe voor hun toekomst?

Burgerschapsvorming is niet iets dat een leerling overkomt. Het kan interessant zijn om ook met leerlingen in gesprek te gaan.

Vragen die je aan leerlingen kunt stellen:

  • Wat is voor jou “meedoen in school/de wijk/stad/land/samenleving”?
  • Wat vind jij “respect” of “voor elkaar zorgen”?
  • Wat is een goede samenleving en wat voor gedrag vraagt dat van iedereen?
  • Hoe wil jij worden behandeld en hoe behandel jij anderen?

Aan de slag met de context van de school

Gebruik deze kernvragen uit ons 6-stappenplan om aan de slag te gaan.

Kernvragen context (stap 2):

  • Wie zijn de leerlingen en ouders die onze school binnenkomen en wat betekent dat voor wat we de leerlingen willen meegeven aan competenties?
  • Welke vraagstukken en/of maatschappelijke gebeurtenissen hebben invloed op onze school en zijn aan te grijpen voor burgerschapsvorming?

Leerlingpopulatie

Burgerschapsonderwijs moet afgestemd zijn op wat de leerlingen nodig hebben. Daarom is het belangrijk om goed te begrijpen wie je leerlingen zijn, waar ze vandaan komen en wat ze nodig hebben. Dit vraagt om een breed en genuanceerd beeld van je leerlingpopulatie. Ook is duiding van je leerlingpopulatie nodig: wat betekenen de kenmerken van de leerlingen voor je burgerschapsonderwijs?

Denk hierbij aan:

  • Demografische gegevens: woonplaats, gezinssamenstelling, sociaal-economische status (opleiding of beroep ouders, huur- of koopwoning).
  • De sociale context waarin je leerlingen opgroeien: de hoeveelheid culturele uitjes, hulp bij schoolopdrachten, rol van netwerk en familie, thuis-, school- en straatcultuur, sport of andere hobby’s.
  • Etnische en culturele achtergrond: diversiteit in herkomst, religie en thuistalen.
  • Onderwijsniveau en ontwikkeling: theoretisch of praktijkgericht, leerprestaties en ondersteuningsbehoeften.
  • Participatie en betrokkenheid binnen en buiten de school: de houding ten opzichte van school, meedoen en verantwoordelijkheid nemen, contact met de samenleving buiten de eigen kring.

Wat zijn kansen of beperkingen die dit met zich meebrengt? Waar zijn leerlingen al goed in en wat kunnen ze nog niet of minder goed als het om burgerschap gaat? Als jullie bijvoorbeeld constateren dat leerlingen weinig betrokkenheid bij de school tonen, wat kunnen jullie daar dan aan doen?

Het is belangrijk om de verzamelde informatie over je populatie en de schoolcontext te duiden: wat betekent deze informatie voor jullie burgerschapsonderwijs? En waar willen jullie als school op focussen?

Vragen om met het team te bespreken

  • Welke basiswaarden zijn lastig of risicovol voor de leerlingen? Wat gaat er al goed?
  • Wat krijgen leerlingen mee vanuit hun omgeving? Welke knelpunten en kansen zijn er?
  • Wat zijn kansen en knelpunten op het gebied van burgerschap?
  • Met welke onderdelen van diversiteit komen de leerlingen wel of juist niet in aanraking?
  • Welke kans hebben de leerlingen op het worden van een actieve burger?
  • Welke kans is er dat de leerlingen hun stem gaan laten horen?
  • Hoe zit het met het zelfvertrouwen van de leerlingen?
  • Welke positieve en negatieve ervaringen hebben de leerlingen met de samenleving?
  • Welke plek hebben de leerlingen in de samenleving?
  • Wat hebben de leerlingen nodig om deel te kunnen nemen?

Buurt, regio en maatschappelijke ontwikkelingen

De buurt of regio waarin je school staat kan invloed hebben op het burgerschapsonderwijs. Denk hierbij aan:

  • Ligging: dorp, stad of provincie, regio met krimp of groei.
  • Bevolking: culturele en sociale diversiteit, sociaal-economische situatie, aanwezigheid van leerlingen vanuit het passend onderwijs, nieuwkomers of andere specifieke doelgroepen. Denk hierbij zowel aan verschillen als aan overeenkomsten (heterogeniteit en homogeniteit).
  • Kenmerken van de wijk of regio: de mate van leefbaarheid en veiligheid, veel of weinig groen, zichtbare thema’s zoals verkeer, afval, overlast, opkomsten bij verkiezingen of openbare voorzieningen.

Als je school in een dorp staat kun je ervoor kiezen om leerlingen in je burgerschapsonderwijs kennis te laten maken met het leven in de stad, of andersom. Als specifieke bevolkingsgroepen weinig aanwezig zijn in of rondom de school kun je er als school voor kiezen om leerlingen hier op een andere manier mee te laten kennis maken, in het kader van omgaan met verschillen. Wanneer een groep juist veel aanwezig is en leerlingen dit lastig vinden kun je als school extra aandacht geven aan kennismaken en overeenkomsten om zo de verbinding te bevorderen.

Maatschappelijke ontwikkelingen en burgerschap

Dit geldt ook voor andere kenmerken in de wijk of regio: wanneer er veel veiligheid in de wijk is kun je bijvoorbeeld aandacht geven aan de verschillen in wijken in Nederland en waar deze verschillen vandaan kunnen komen. Ook andere maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen kunnen de school binnen komen en zo aanknopingspunten bieden voor burgerschapsonderwijs. Dit kan op verschillende niveaus:

  • Lokaal en regionaal: het verdwijnen van werkgelegenheid, de komst van een nieuwe woonwijk of veranderingen in de buurt, bezuinigingen op voorzieningen zoals bibliotheek of buurthuis. Of juist de komst van nieuwe voorzieningen en/of werkgelegenheid.
  • Landelijk: polarisatie en maatschappelijke tegenstellingen, kansengelijkheid in het onderwijs, discriminatie en individualisering.
  • Mondiaal: oorlogen, conflicten en internationale spanningen, klimaatverandering en duurzaamheid, politieke ontwikkelingen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten.

Aan de slag met leerdoelen

Vanuit de visie en contextomschrijving werk je de leerdoelen uit. Je begint bij de algemene eindleerdoelen: doelen die beschrijven welke kennis, vaardigheden en houdingen leerlingen moeten beheersen wanneer zij de school verlaten.

Bij het opstellen van leerdoelen moet je rekening houden met de wettelijke opdracht en de geldende kerndoelen:

  • Vanuit de wettelijke opdracht betekent dit dat er in je doelen minimaal aandacht moet zijn voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, sociale en maatschappelijke competenties en diversiteit.
  • Daarnaast gaat het in de kerndoelen over democratische en maatschappelijke betrokkenheid. Voor burgerschap gaat het niet alleen om de specifieke kerndoelen burgerschap; ook in andere leergebieden staan kerndoelen die hiermee te maken hebben, zoals bij mens en maatschappij, taal en digitale geletterdheid. Het helpt om dit mee te nemen bij het formuleren van leerdoelen. De verwachting is dat de definitieve conceptkerndoelen burgerschap vanaf 2027 verplicht worden. Dan moeten deze kerndoelen dus zichtbaar terugkomen in de leerdoelen van de school.

Tot slot is het goed om te weten dat de leerdoelen samenhangend moeten zijn opgenomen in het onderwijsprogramma van de school en zichtbaar zijn in het schoolplan, de schoolgids, en de vakleerplannen of lesplannen.

Gebruik deze kernvragen uit ons 6-stappenplan om aan de slag te gaan:

Kernvragen voor leerdoelen (stap 3)

  • Wat moeten leerlingen kennen en kunnen op het terrein van burgerschapsvorming als de school verlaten?
  • Wat willen we de leerlingen leren gezien onze visie en context?
  • Wat willen de leerlingen zelf leren?

Drie manieren om leerdoelen te formuleren

zijn drie invalshoeken om hiermee aan de slag te gaan.

  1. Vanuit de visie en context
    Neem de visie en contextomschrijving van je school als vertrekpunt, zodat je weet wat de school belangrijk vindt in het burgerschapsonderwijs en welke accenten worden gelegd. Deze visie vertaal je naar leerdoelen die richting geven aan het onderwijs. Haal uit je visie en context ook de belangrijkste elementen die je aan je leerlingen wilt meegeven en vertaal dit naar wat leerlingen moeten kennen, kunnen en vinden bij het verlaten van de school in de vorm van concrete einddoelen.
    Spiegel deze doelen aan de definitieve conceptkerndoelen om te checken of het geheel dekkend is. Maak hierbij ook de koppeling met andere leergebieden waar kerndoelen geformuleerd zijn die aan bod komen in je einddoelen.
  1. Vanuit het huidige aanbod
    Een andere ingang is het huidige aanbod van de school. Breng in kaart wat er al gebeurt aan lessen, projecten en activiteiten rond burgerschap. Denk hierbij ook aan het aanbod binnen andere vakken of leergebieden waarin burgerschapsvaardigheden een rol spelen.
    Stel hierbij de vraag wat je leerlingen hiermee wilt meegeven: waarom doen jullie juist deze dingen? Vertaal dit naar concrete einddoelen: wat moeten leerlingen kennen, kunnen en doen bij het verlaten van de school? Door deze stap te zetten, maak je expliciet wat nu soms impliciet blijft.
    Ook hier helpt het om verbanden te leggen met andere leergebieden. Zo wordt zichtbaar hoe verschillende onderdelen van het onderwijs bijdragen aan dezelfde doelen. Spiegel de doelen daarna aan de definitieve conceptkerndoelen om te controleren of het geheel dekkend is.
  1. Vanuit de definitieve conceptkerndoelen
    Je kunt ook starten vanuit de definitieve conceptkerndoelen burgerschap. Deze geven richting en beschrijven wat minimaal van scholen wordt verwacht, maar zijn algemeen geformuleerd en vragen dus om een vertaling naar de eigen schoolcontext.
    Werk de kerndoelen uit door ze te herformuleren of te verrijken op basis van wat je leerlingen wilt meegeven. Betrek daarbij ook kerndoelen uit andere leergebieden, die raken aan burgerschap.

Hulpmiddelen

Hulpmiddelen voor visieontwikkeling

  • Spel – BurgerSmaken (Stichting School & Veiligheid): leg verbindingen en wissel ervaringen uit terwijl je als team met elkaar in gesprek gaat. De “voorleeffunctie” van de onderwijsorganisatie en “de school als oefenplaats” staan hierbij centraal. Je kunt het spel vaker gebruiken om te reflecteren op wat goed gaat en wat er beter kan, en te achterhalen wat belangrijke thema’s zijn.
  • Gesprekstool – Pas op de plaats (Stichting School & Veiligheid): ga als team in gesprek te gaan over het samen vormgeven van burgerschapsonderwijs binnen het pedagogisch klimaat. Zo krijgt je zicht op wat er al (ongemerkt) gebeurt binnen de school en waar je een volgende stap kunt zetten. Je werkt toe naar een gezamenlijk kader dat als leidraad kan dienen voor het alledaagse handelen in de school als oefenplaats voor burgerschap. Vervolgens kun je kijken hoe het curriculum aansluit bij de doelen die je met het team hebt besproken.

Hulpmiddelen voor leerdoelen

  • Definitieve conceptkerndoelen en functionele kerndoelen (definitief concept) (SLO), gepubliceerd in september 2025. Wanneer deze wettelijk zijn vastgelegd gelden deze kerndoelen als minimumeisen om in je leerdoelen te verwerken. Bij ieder kerndoel worden concrete voorbeelden gegeven onder de titel ‘Te denken valt aan’. Deze illustraties zijn geen onderdeel van de wettelijke opdracht, maar helpen bij het verkennen van de kerndoelen. Bekijk hier de illustraties ‘te denken valt aan’ voor burgerschap.

Hulpmiddelen voor visie, context en leerdoelen

Quickscan Burgerschap: krijg een beeld van de stand van zaken van het burgerschapsonderwijs binnen de eigen school. De uitkomsten geven inzicht op de vraag hoe het burgerschapsonderwijs op dit moment in de school wordt ervaren. Het is een hulpmiddel om in gesprek te gaan, zodat je gezamenlijk de koers en ontwikkelpunten kunt bepalen.

  • Stappenplan burgerschap (SLO): van het opstellen of aanpassen van je visie op burgerschap in stap 1 naar het in kaart brengen van je leerlingpopulatie en schoolcontext (stap 2) en het opstellen van een overzicht met overkoepelende thema’s voor burgerschap (stap 3).
  • Teamgids burgerschap po (SLO): een praktisch hulpmiddel voor het schoolteam, wat in drie bijeenkomsten met afwisselende werkvormen beschrijft hoe je tot een basis van je burgerschapscurriculum komt. Na de eerste bijeenkomst heb je waardevolle input voor je visie. In de tweede bijeenkomst verzamel je informatie voor je leerdoelen op basis van je leerlingpopulatie.
  • De handboeken voor burgerschapsonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs (ProDemos/Bureau Commonground): helpt bij het duidelijk en doelgericht vormgeven van het burgerschapsonderwijs op jouw school. In twaalf thematisch opgebouwde hoofdstukken, die los van elkaar te lezen zijn, komen alle relevante aspecten aan bod, van visie tot schoolcultuur en van wetgeving tot lespraktijk. Met praktische handvatten, voorbeelden en wetenschappelijke inzichten uit onderzoek.

Bekijk deze pagina voor meer hulpmiddelen en instrumenten.

 

Inspiratie

Schoolvoorbeelden burgerschapsonderwijs

OBS de Groenehoek, Bergschenhoek – Om burgerschap meer op de kaart te zetten dan al gebeurde, maakte deze school gebruik van één van onze ambassadeurs burgerschap. Met behulp van de leerlingen is er een andere, meer passende naam voor burgerschapsonderwijs gekozen: Wij en de wereld.

Lezen

Visie

Context

Leerdoelen

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*