Om te weten of het burgerschapsonderwijs de gewenste resultaten oplevert, is het belangrijk om regelmatig te evalueren. De school brengt idealiter zowel de ontwikkeling van leerlingen als de kwaliteit van het onderwijsaanbod en de uitvoering in beeld. Hierdoor ontstaat inzicht in sterke punten, ontwikkelpunten en de mate waarin de beoogde doelen worden bereikt. Met deze informatie kan de school het burgerschapsonderwijs verbeteren, afstemmen op wat leerlingen nodig hebben en verantwoording afleggen over de kwaliteit.
Het monitoren van de burgerschapskennis, -vaardigheden en -houding is vooral waardevol wanneer de school weet welke leerdoelen ze nastreeft en de resultaten gebruikt om na te gaan of deze worden bereikt. De uitkomsten worden vervolgens benut om het onderwijs beter af te stemmen op de behoeften van leerlingen en om het onderwijsaanbod verder te ontwikkelen. Daarmee vormen de resultaten een essentieel onderdeel van de kwaliteitszorgcyclus: leerdoelen formuleren, het onderwijsaanbod vormgeven, de ontwikkeling van leerlingen en de kwaliteit van het aanbod evalueren en op basis daarvan het onderwijs bijstellen waar nodig. De wettelijke inhoud van de burgerschapsopdracht is daar steeds onderdeel van.
Onze school heeft inzicht in de resultaten van ons burgerschapsonderwijs.
Onze school zorgt ervoor dat de randvoorwaarden voor goed burgerschapsonderwijs op orde zijn.
Gebruik deze kernvragen uit ons 6-stappenplan om aan de slag te gaan.
Het in kaart brengen van de ontwikkeling van burgerschapscompetenties van leerlingen maakt onderdeel uit van de wettelijke burgerschapsopdracht. Scholen zijn verplicht om de ontwikkeling van leerlingen te monitoren. De informatie uit monitoring helpt de school om:
Het monitoren van leerlingresultaten is geen doel op zich, maar is onderdeel van de kwaliteitscyclus, en past binnen een opbrengstgerichte aanpak. De school formuleert eerst een visie en vertaalt deze naar concrete leerdoelen. Op basis daarvan wordt het onderwijsaanbod ingericht. Vervolgens brengt de school de leerresultaten in kaart en gaat zij na in hoeverre de leerdoelen worden bereikt. De uitkomsten vormen de basis voor evaluatie en eventuele aanpassingen van de visie, leerdoelen, het curriculum, of manier van monitoring.
Bij het monitoren is het belangrijk dat de verzamelde gegevens aansluiten bij de leerdoelen. Een bestaand instrument past daarom niet automatisch bij de doelen van iedere school.
Scholen bepalen zelf hoe zij monitoring vormgeven, mits de verzamelde informatie genoeg inzicht geeft in de ontwikkeling van de burgerschapscompetenties van leerlingen. De monitoring moet in ieder geval informatie opleveren over de onderdelen die de wet voorschrijft: de ontwikkeling van kennis, houdingen en vaardigheden met betrekking tot de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en sociale en maatschappelijke competenties.
Bij de keuze van instrumenten is het belangrijk dat de verzamelde gegevens valide en betrouwbaar zijn. Van validiteit is sprake wanneer een instrument daadwerkelijk meet wat het wil meten. Zo kan de validiteit onder druk staan wanneer niet-relevante vaardigheden, zoals digitale vaardigheden, een grote invloed hebben op de toetsscore, terwijl de toets inhoudelijke kennis beoogt te meten.
Een instrument is betrouwbaar als het bij een vergelijkbare prestatie steeds een vergelijkbaar resultaat oplevert. Lees hierover meer in de publicatie Evalueren van burgerschapscompetenties.
Om resultaten goed te kunnen beoordelen, moet duidelijk zijn wat leerlingen volgens de leerdoelen moeten kennen en kunnen en welk niveau de school verwacht. Zo wordt zichtbaar wanneer een leerling bepaalde kennis, vaardigheid of houding voldoende heeft ontwikkeld.
De verzamelde informatie krijgt meer betekenis als de resultaten over tijd kunnen worden gevolgd of (waar passend) kunnen worden vergeleken met eerdere metingen, vergelijkbare leerlinggroepen of landelijke referentiegegevens. Het belangrijkste is dat de school de resultaten beoordeelt vanuit de eigen leerdoelen en leerlingpopulatie.
Een passend meetinstrument sluit aan bij de leerdoelen die de school wil evalueren. Er zijn verschillende manieren om de ontwikkeling van burgerschapscompetenties in kaart te brengen. Denk aan kennistoetsen, portfolio’s, rubrics, vragenlijsten, observaties, reflectieverslagen, presentaties, gesprekken en de beoordeling van praktijkopdrachten en maatschappelijke activiteiten.
Vaak geeft een combinatie van verschillende instrumenten het meest complete beeld. Houd bij de keuze ook rekening met de tijd en kennis die nodig zijn om het instrument te gebruiken en de resultaten te duiden.
Je kunt in de kwaliteitscyclus zowel summatieve als formatieve evaluatie gebruiken.
Scholen kunnen verschillende instrumenten gebruiken om burgerschapscompetenties te monitoren. Kies instrumenten die aansluiten bij de leerdoelen en bruikbare informatie geven over de ontwikkeling van leerlingen. Je kunt bestaande instrumenten gebruiken of zelf een instrument ontwikkelen.
Lees hier meer over de voor- en nadelen van verschillende type instrumenten (vanaf pagina 24).
Op deze pagina vind je verschillende instrumenten die scholen kunnen inzetten om burgerschapscompetenties te monitoren. Wil je jouw meetinstrument laten opnemen op deze pagina? Laat het dan weten via dit formulier.
Meetinstrumenten kunnen gestandaardiseerd of niet-gestandaardiseerd zijn. Beide hebben mogelijkheden en beperkingen en kunnen elkaar aanvullen.
SCOL: Inzicht in sociale competenties
Jouw meetinstrument op deze pagina? Vul dit formulier in.
Gebruik deze kernvragen uit ons 6-stappenplan om aan de slag te gaan.
Kwaliteitszorg voor burgerschap is het planmatig bewaken, evalueren en verbeteren van de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs. Het is geen losstaand systeem, maar sluit aan bij de bestaande kwaliteitszorg van de school.
De school evalueert daarbij niet alleen de ontwikkeling van leerlingen, maar ook de kwaliteit van het onderwijsaanbod, de uitvoering en de randvoorwaarden. Ook de visie, leerdoelen en professionalisering van medewerkers kunnen onderdeel zijn van de evaluatie. Zo krijgt de school inzicht in wat goed gaat, wat beter kan en welke ondersteuning nodig is.
Een belangrijk onderdeel van kwaliteitszorg is het monitoren van de ontwikkeling van de burgerschapscompetenties van leerlingen. De school gebruikt de resultaten om te beoordelen of leerlingen de leerdoelen bereiken en of aanpassingen in bijvoorbeeld het curriculum, de didactische aanpak of de professionalisering nodig zijn. Zo dragen de leerresultaten niet alleen bij aan inzicht in de ontwikkeling van leerlingen, maar ook aan de verdere ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs.
Goede kwaliteitszorg maakt gebruik van verschillende informatiebronnen. Naast gegevens over de ontwikkeling van leerlingen (vaak via een leerlingvolgsysteem) verzamelt de school ook informatie over de uitvoering van het onderwijs, bijvoorbeeld via zelfevaluaties, lesobservaties, gesprekken met leerlingen en medewerkers, tevredenheidsonderzoeken of externe feedback. Door verschillende bronnen te combineren ontstaat een breder beeld van de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs.
Scholen kunnen verschillende instrumenten gebruiken om de kwaliteit van hun burgerschapsonderwijs te evalueren. De QuickScan Burgerschap helpt bijvoorbeeld om systematisch in kaart te brengen hoe het burgerschapsonderwijs is ingericht en waar kansen voor ontwikkeling liggen.
Er zijn meerdere instrumenten beschikbaar waarmee je als school een beeld van de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs kunt vormen. Een ander voorbeeld hiervan is het zelfevaluatie-instrument Sociale kwaliteit.
Kijk hier voor een overzicht van instrumenten om de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs in kaart te brengen.
De uitkomsten van deze instrumenten kunnen dienen als basis voor een teamgesprek. Tijdens zo’n gesprek analyseer je als schoolteam de sterke punten en ontwikkelpunten van het burgerschapsonderwijs, bepaal je gezamenlijke verbeterdoelen en maak je afspraken over vervolgstappen. Zo wordt kwaliteitszorg een gezamenlijk en cyclisch proces waarin het team samen werkt aan de verdere ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs.
Het gesprek kan vormgegeven worden aan de hand van een gespreksleidraad.
Lezen
"*" geeft vereiste velden aan