De Sectorraad GO over burgerschapsonderwijs in de praktijk

Datum toegevoegd: 22 januari 2026
  • Sector GO

De Sectorraad GO over burgerschapsonderwijs in de praktijk
Visie, maatwerk en ondersteuning voor scholen

Introductie

De Sectorraad Gespecialiseerd Onderwijs (GO) vertegenwoordigt scholen en schoolbesturen in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4. We spraken met beleidsadviseur Janet van der Heide namens de Sectorraad over ontwikkelingen op het gebied van burgerschap in het gespecialiseerd onderwijs en wat de Sectorraad hierin kan betekenen. 

  • Meer informatie over de sectorraad GO

    De Sectorraad GO ondersteunt de leden bij het implementeren van alles wat op de scholen af komt, onder meer door het delen van informatie. Tegelijk worden ook vragen en ervaringen uit het werkveld opgehaald. Jaarlijks organiseert de Sectorraad GO het GOngres en het Kennisfestival en twee keer per jaar de bijeenkomsten van de portefeuillegroep Onderwijskwaliteit en Inspectie. Tijdens deze bijeenkomsten ontmoeten professionals uit het gespecialiseerd onderwijs elkaar en wordt kennis gedeeld over actuele thema’s en ontwikkelingen, waaronder burgerschapsonderwijs. Daarnaast is GOpen een samenwerking tussen de Sectorraad GO en Impuls Open leermateriaal. Binnen dit project worden open leermiddelen ontwikkeld in professionele leergemeenschappen zoals de GOpen Docentontwikkelteams. Dit gebeurt in samenwerking met verschillende scholen en in afstemming met relevante partners. Op dit moment wordt gewerkt aan Nederlands-taal en rekenen-wiskunde; en in 2026 wordt een start gemaakt met digitale geletterdheid en burgerschap. Eind januari 2026 komt dan ook de landelijke landingspagina van GOpen live. Een platform waar leermiddelen mét GOpen keurmerk gepresenteerd zullen worden.

 

Burgerschap: hoe begin je?

Sinds 1 augustus 2025 oordeelt de Inspectie van het Onderwijs op de standaard OP0, waarvan burgerschap een onderdeel is. Dat de kerndoelen voor dit leergebied nog niet wettelijk zijn vastgelegd levert een spanningsveld op. Want hoe begin je als school? Hoe kom je tegemoet aan doelgerichtheid en samenhang in het curriculum? Hoe zorg je voor een goede doorgaande leerlijn in school? Er is zo veel informatie over burgerschap beschikbaar, dat het verlammend kan werken, merkt men bij de Sectorraad GO. “Begin bij de visie en schrijf op wat je al doet”, adviseert Janet, “Want dat is eigenlijk je fundament. Dus eerst inventariseren en beschrijven. Van daaruit kun je richting gaan geven en verder bouwen.” Vandaar dat de Sectorraad GO met GOpen ook ondersteuning biedt bij het schrijven van een leermiddelenbeleid. 

Leerlingpopulatie

Hoe burgerschap binnen een school ingevuld wordt, is afhankelijk van de leerlingpopulatie van de school. Door de specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften die leerlingen hebben, is er soms een plafond aan wat voor een leerling te leren is. “We moeten altijd hoge verwachtingen en ambities hebben, passend bij de aansluiting bij de maatschappij. Maar we moeten ons ook realiseren dat er grenzen zijn aan sociaal-emotioneel leren. Daarom is het vooral heel belangrijk dat je een goed beeld hebt van je leerlingpopulatie”, zegt Janet. “Welke leerlingen hebben we in deze school? Waar komen ze vandaan? Hoe komen ze binnen? Hoe willen we dat ze de school gaan verlaten? Dus wat is eigenlijk onze opdracht? Als je die helder voor ogen hebt, kun je ook beredeneerde keuzes maken in wat je wel of niet aanbiedt.”  

Dit geldt voor zowel het sociale als het maatschappelijke stuk van burgerschap. Het maatschappelijke onderdeel van burgerschap zit vooral in democratie, zegt Janet. “Dan gaat het om het leren van democratische waarden en democratische vaardigheden die ook weer aansluiten bij de mogelijkheden en het toekomstperspectief van een leerling.” En hier ligt soms een uitdaging voor het gespecialiseerd onderwijs. Enerzijds de vraag: Wat is wettelijk verplicht? Anderzijds: wat is er op dit gebied mogelijk bij specifieke leerlingen? En waar ligt de autonomie en vrijheid van scholen om hierin keuzes te maken? “Dat zul je met elkaar binnen je eigen school moeten afstemmen.”

  • Landelijk Doelgroepemodel

    Een hulpmiddel bij het bepalen van de leerlingpopulatie is het Landelijk Doelgroepenmodel. “Als je hiermee een beeld schetst van je populatie, kun je een goede analyse maken: wat betekent dit voor mijn aanbod en mijn Ontwikkelings Perspectiefplannen (OPP’s)? Welke leerlingen stromen uit naar welke leerweg? Welke uitstroommogelijkheden zijn er in de leerroutes? Wat betekent dat dan voor de doorstroom naar de maatschappij?”, legt Janet uit. 

Werkbare doelen

Zouden in het OPP ook burgerschapsdoelen opgenomen moeten worden? Of is een algemene leerlijn geschikter, met alleen waar nodig een beredeneerde afwijking van het OPP? “Het moet een werkbare situatie zijn voor de praktijk, voor de leerkracht met de leerlingen die diegene in de klas voor zich heeft”, meent Janet. We hebben wel eens OPP’s gekregen van dertig kantjes, dat is niet te doen. Dus het streven is om zoveel mogelijk met elkaar te bundelen in een gezamenlijke leerlijn, met differentiatiemogelijkheden op specifieke onderdelen. En met zicht op de ondersteuningsbehoeften van een leerling die iets extra’s nodig heeft.”

  • Ondersteuning Sectorraad GO

    De Sectorraad GO deelt onder andere kennis, informatie en schoolvoorbeelden om scholen te ondersteunen. Scholen die goed op weg zijn geeft de Sectorraad GO graag een podium, bijvoorbeeld op het Kennisfestival en het GOngres. “Zodat we de goede dingen die we doen met elkaar delen en elkaar inspireren.” Ook belangrijk: dat goede informatie ook goed vindbaar is, zoals bij het Expertisepunt Burgerschap. En dat scholen met elkaar in contact staan: “Dit is iets wat je vooral sámen moet doen! benadrukt Janet. Schoolvoorbeelden kunnen ook voortkomen uit de herstelopdracht die een school van de Inspectie van het Onderwijs kan krijgen. “Dat is altijd een externe prikkeling. Die maakt het besef van urgentie duidelijk: hé, hier moet ik iets mee. Een herstelopdracht biedt ook kansen, want de inspectie geeft feedback over wat goed gaat en wat beter kan of moet. Daarmee krijg je ook handvatten voor het uitvoeren van de opdracht”, legt ze uit. 

Maatschappelijke diensttijd (MDT)

Een ontwikkeling in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) is het Programma Maatschappelijke Diensttijd waarvan de Sectorraad GO penvoerder is. Op dit moment werken een aantal scholen en schoolbesturen eraan mee. Het programma houdt in dat jongeren uit het vso maatschappelijke activiteiten uitvoeren. Zij werken bijvoorbeeld in een restaurant, met dementerende ouderen in een tuin of doen werk in de installatie- en elektrotechniek. Zo ontmoeten zij mensen van buiten hun eigen leefwereld en ontmoet de maatschappij de talenten van deze jongeren. Ze leren hoe het is om iets te doen voor een ander en ontwikkelen talenten die juist zo hard nodig zijn in onze maatschappij. Dat doen ze onder begeleiding van talentcoaches. Dit versterkt de sociale cohesie en vergroot de maatschappelijke participatie van deze jongeren. “We merken dat de impact hiervan snel zichtbaar wordt, zowel op de jongeren zelf als op de andere mensen die eraan meewerken”, vertelt Janet. “Het is een fijne tijd. Jongeren ontwikkelen vaardigheden, zoals samenwerken, vragen stellen en problemen oplossen. Hun leefwereld wordt vergroot en ze komen in contact met sectoren die ze nog niet kenden. Dat geeft toekomstperspectief. Ze ontmoeten potentiële werkgevers. Dat betekent andersom dat werkgevers het beeld over jongeren kunnen bijstellen. En dat creëert meer kansen voor de arbeidsmarkt.”  

  • Programma MDT

    Het programma loopt vooralsnog drie jaar. Maar de ambitie is het verduurzamen van het programma, zodat het maatschappelijk aanbod uiteindelijk een vaste plek krijgt in het onderwijs. Janet: “We hopen alle VSO-scholen in Nederland handvatten te kunnen geven voor het implementeren van maatschappelijk aanbod in hun onderwijs. En daarmee op een duurzame samenwerking met de partnerorganisaties.”  

Inclusief onderwijs en de school als oefenplaats

Er wordt steeds meer gestreefd naar inclusief onderwijs. Dat betekent dat meer kinderen met een specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoefte een plek in het reguliere onderwijs krijgen. Janet ziet dat als een verrijking voor álle leerlingen. “Volgens mij is de school een afspiegeling van de maatschappij, een oefenplaats voor hoe je later in je leven omgaat met de diversiteit die daar ook is. Met meer diversiteit binnen school leren kinderen begrip te krijgen voor ieder mens in de wereld, niet alleen in omgaan met elkaar, maar ook in denken. Ze leren dat iedereen er mag zijn zoals die is. Het gaat dus niet alleen om inclusiviteit maar ook over diversiteit.” Natuurlijk vraagt dit wel iets van leerkrachten, erkent Janet. “Zij krijgen te maken met verschillende behoeftes, talenten en leerstijlen. Dat kan een uitdaging zijn. Maar het biedt ook mogelijkheden om te werken aan sociale vaardigheden. Samenwerken, empathie, problemen oplossen… daar liggen volgens mij ongelooflijk veel kansen, niet alleen voor leerlingen, maar ook voor leerkrachten en scholen zelf.”  

Monitoring

De Sectorraad GO krijgt veel vragen over monitoring. “Hoe kun je monitoren of je leerlingen op sociale en maatschappelijke competenties een vloeiende ontwikkeling laten zien die past bij hun ontwikkelingsmogelijkheden, het beoogde doorstroomperspectief? Sluit het aan bij wat ze nodig hebben? Kunnen we onze leerlingpopulatie in de volle breedte bedienen? Niet alleen op basisvaardigheden als Nederlands-taal en rekenen-wiskunde, maar ook ten aanzien van burgerschap en de sociaal-emotionele ontwikkeling? En hoe ga je dat meten?” Een hulpmiddel hierbij is volgens Janet het Stappenplan om als ZML-school een passend instrument te kiezen waarmee je het burgerschapsonderwijs kunt monitoren, recent ontwikkeld door zes ZML-scholen in samenwerking met het Expertisepunt Burgerschap en de Sectorraad GO.  

Tips

“Als je begint bij de visie en beschrijft wat je al doet, ben je een heel eind bij het goed neerzetten van burgerschapsonderwijs. Dat is de brede opdracht van de school: dat het niet alleen maar kwalificatie is, maar ook personificatie en socialisatie. Waarbij we wel de focus houden op de basisvaardigheden”, zegt Janet. Ze roept scholen op om met elkaar in contact te komen, te verbinden en te delen. Dit kan tijdens het GOngres, het kennisfestival maar ook tijdens de kwaliteitsbijeenkomsten van de Sectorraad GO. Denk hierbij aan de leermiddelenbeleidssessies, de bestuurlijke kwaliteitszorg en GOpen on the road. “Kortom: houd de Sectorraad GO in de gaten!”

Meer inspiratie opdoen?

In de inspiratiebundel voor het gespecialiseerd onderwijs vind je een beknopte versie van dit artikel én andere praktijkvoorbeelden. 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*