Functionele kerndoelen burgerschap
Focus op zelfredzaamheid, participatie en maatschappelijke betrokkenheid
In november 2025 verschenen de functionele kerndoelen burgerschap. Hiermee kunnen scholen een belangrijke stap zetten richting inclusiever en samenhangender burgerschapsonderwijs voor álle leerlingen. De functionele kerndoelen burgerschap geven richting aan wat leerlingen die zeer moeilijk leren (zml) of een meervoudige beperking (mb) hebben moeten leren en ervaren om volwaardig te participeren in de samenleving. Wat betekenen deze kerndoelen in de praktijk? Hoe verhouden ze zich tot de kerndoelen burgerschap voor primair onderwijs (po), onderbouw voortgezet onderwijs (vo) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) uitstroomprofiel vervolgonderwijs? En hoe zorg je er als school voor dat je daadwerkelijk werkt aan wat jouw leerlingen nodig hebben?
De ontwikkeling van functionele kerndoelen burgerschap maakt onderdeel uit van de bredere curriculumvernieuwing in het funderend onderwijs. Burgerschap is, net als digitale geletterdheid, een nieuw leergebied binnen het landelijk curriculum. De functionele kerndoelen zijn in structuur vergelijkbaar met die voor po, onderbouw vo en vso uitstroomprofiel vervolgonderwijs, maar inhoudelijk toegesneden op de specifieke mogelijkheden van leerlingen in het so zml/mb en de vso-uitstroomprofielen dagbesteding en arbeidsmarkt. Alle kerndoelen werden ontwikkeld samen met het onderwijsveld en curriculumexperts. De functionele kerndoelen burgerschap zijn praktijkgericht en geschreven vanuit het perspectief van zelfredzaamheid en toekomstig functioneren in de samenleving.
Curriculumexperts Annette van der Laan en Eveline Otter van SLO waren vanaf het begin intensief betrokken bij de ontwikkeling van de functionele kerndoelen burgerschap. In dit artikel vertellen ze over de keuzes die gemaakt zijn, de doeltypen en vooral over hoe je morgen al kunt beginnen.
De set functionele kerndoelen is bedoeld voor leerlingen die zeer moeilijk leren, een meervoudige beperking hebben en/of uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt. Voor deze groepen zijn de kerndoelen voor po, onderbouw vo en vso uitstroomprofiel vervolgonderwijs niet passend. Niet omdat ze ‘te moeilijk’ zouden zijn, maar omdat deze leerlingen doorgaans iets anders nodig hebben om tot leren te komen. Annette verwoordt het met betrekking tot burgerschap zo: “Deze leerlingen hebben eerst inzicht in zichzelf nodig, voordat ze iets kunnen begrijpen van bijvoorbeeld democratie of diversiteit. Daarom bevatten de functionele kerndoelen burgerschap extra aandacht voor sociale identiteit. Dit is voorwaardelijk om tot burgerschapsontwikkeling te komen. Leerlingen hebben baat bij het leren door ervaringen op te doen binnen praktische contexten en alledaagse situaties.” Leraren zullen dat herkennen: burgerschapscompetenties ontwikkel je niet via werkbladen, maar in interactie. ”Door mee te doen, door situaties te oefenen en door samen te leren”, aldus Annette.
De functionele kerndoelen burgerschap zijn onderverdeeld in drie domeinen: Jezelf en de ander, Samenleven in een democratische rechtsstaat en Vormgeven aan democratische en maatschappelijke betrokkenheid. Waar kerndoelen burgerschap voor po, onderbouw vo en vso uitstroomprofiel vervolgonderwijs vooral bestaan uit een mix van aanbodsdoelen, beheersingsdoelen en ervaringsdoelen, ligt de nadruk bij functionele kerndoelen burgerschap meer op aanbodsdoelen en ervaringsdoelen. Eveline geeft een concreet voorbeeld: “Een werkwoord als ‘verkennen’ duidt op een typisch ervaringsdoel, omdat leerlingen ergens mee gaan kennismaken of ervaringen mee gaan opdoen. Werkwoorden als ‘onderzoeken’, ‘bespreken’ of ‘reflecteren’ gaan verder; dat zijn beheersingsdoelen en vragen om een daadwerkelijke leeractiviteit.”
Aanbodsdoelen beschrijven waar een school in haar onderwijsaanbod voor heeft te zorgen. Daarom begint ieder aanbodsdoel met ‘De school (…)’. Aanbodsdoelen richten zich op leergebiedspecifieke randvoorwaarden waar de school voor moet zorgen, zodat de totale set kerndoelen kan worden
gerealiseerd.
Beheersings- en ervaringsdoelen zijn gericht op de leerling.
Beheersingsdoelen beschrijven de kennis, vaardigheden en houdingen die leerlingen moeten bereiken.
Ervaringsdoelen beschrijven welke inspanningen van leerlingen worden verwacht met het oog op ervaringen en/of expressieve reacties. Een ervaringsdoel biedt leerlingen iets, of lokt iets bij hen uit wat hun horizon kan verbreden of hun kennis kan verdiepen, hen tot persoonlijke inzichten kan brengen, of kan bijdragen aan hun waardenoriëntatie.
Ervarings- en beheersingsdoelen kunnen ook samen voorkomen in eenzelfde kerndoel. Dat heet een hybride kerndoel.
Functionele kerndoelen zijn geformuleerd als streefdoelen. Dit betekent dat je niet alle doelen op leerlingniveau hoeft te behalen. Het gaat om wat haalbaar, passend en uitdagend is. Als je afwijkt, leg je dat vast in het ontwikkelingsperspectief (OPP). Dat geeft scholen ruimte om écht uit te gaan van de mogelijkheden van iedere leerling. Annette: “Onderwijs draait voor deze leerlingen om veel meer dan kennis en vaardigheden opdoen om een diploma te halen. Het gaat ook nadrukkelijk om het werken aan socialisatie en persoonsvorming.” Met andere woorden: de functionele kerndoelen burgerschap bieden scholen ruimte om leerlingen breed te laten groeien: cognitief, sociaal én persoonlijk. “We hopen dat de driedeling aanbods-, ervarings-, en beheersingsdoelen voor scholen meer duidelijkheid biedt”, legt Eveline uit. “Het geeft antwoord op vragen als: Waar moet ik aan voldoen? Wat wordt er nou precies van ons gevraagd? Is het in de voorwaardelijke sfeer, of gaat het echt over de leerling die een ontwikkeling doormaakt?
Voor steeds meer scholen is het realiteit, werken met de twee verschillende sets kerndoelen burgerschap: die voor po, onderbouw vo en vso uitstroomprofiel vervolgonderwijs, én de functionele kerndoelen burgerschap. Het gaat dan om scholen waar de populatie divers is en leerlingen verschillende routes volgen. Eveline: “Zolang er verschillende onderwijswetten bestaan, bestaan ook beide varianten van de kerndoelen. Het is belangrijk dat er kruisverbanden zijn en dat je een doorgaande lijn kunt maken.” SLO ontwikkelt daarom twee ‘wegwijzers’, die scholen helpt keuzes te maken. Annette licht toe: “Neem scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en scholen voor praktijkonderwijs (PrO). Wettelijk gezien streven sbo en PrO naar de kerndoelen burgerschap voor po, onderbouw vo en vso uitstroomprofiel vervolgonderwijs. In de onderwijspraktijk zullen deze kerndoelen niet voor alle leerlingen passend zijn. Voor die laatstgenoemde leerlingen wijk je beredeneerd af door gebruik te maken van de functionele kerndoelen. De ‘wegwijzer’ biedt handvatten om dit verantwoord te kunnen doen.” Belangrijk: beide sets kerndoelen zijn vergelijkbaar in structuur en opbouw, wat het voor lerarenteams makkelijker maakt om samenhang aan te brengen.
Veel leraren vragen zich af hoe de kerndoelen te vertalen zijn naar concrete lessen. Volgens Annette gaat het er niet om dat je voldoet aan de kerndoelen. Ze geven richting. “Werk eraan, streef ernaar, dat is de kern.” Ze benadrukt dat veel scholen al met burgerschap bezig zijn: in de klas, op het plein, in gesprekken met leerlingen en in projecten. “De vraag is vooral hoe je dat doelgerichter maakt.”
Eveline en Annette zien twee praktische startpunten:
1. Begin vanuit wat je al doet.
Bijvoorbeeld: je werkt al aan sociale vaardigheden? Check hoe zich dat verhoudt tot sociale identiteit en diversiteit.
2. Begin vanuit de kerndoelen zelf.
Neem bijvoorbeeld het doel over het veilig kunnen deelnemen aan de schoolomgeving, en koppel er schoolspecifieke activiteiten aan. Beide routes zijn prima, zolang je maar systematisch kijkt: doen we wat nodig is voor élke leerling?
Annette benadrukt dat de kerndoelen scholen vooral helpen om structuur aan te brengen in wat ze al doen. “Het is een kwestie van je eigen doelen hangen aan de haakjes van de kerndoelen.” Scholen kunnen daar op verschillende manieren mee aan de slag. “Je kunt beginnen bij je eigen invulling en daar de kerndoelen aan spiegelen, of juist andersom: starten bij de kerndoelen en daar je schoolspecifieke doelen aan koppelen. Beide werkwijzen zijn prima. Wij zeggen: doe wat voor jouw school werkt, maar je moet op een gegeven moment een check doen, door wat je al doet, te spiegelen aan de kerndoelen.”
Een veelgehoorde zorg is: hoe geef ik vorm aan burgerschapsonderwijs in de school? Moet burgerschap een vak worden? Hoeveel tijd kost het? Annette is stellig: “Het gaat er niet om of burgerschap een vak wordt. Juist in het gespecialiseerd onderwijs is flexibiliteit essentieel. Sommige scholen starten met vaste lessen om burgerschap(onderwijs) in de vingers te krijgen, andere kiezen direct voor integratie met bijvoorbeeld taal, kunst, projecten of themadagen.” Eveline benadrukt dat burgerschap bovendien niet op zichzelf staat. “Neem bijvoorbeeld de functionele kerndoelen Nederlands, die gaan onder andere over communicatie. Daar zit al veel overlap met burgerschap.”
Om burgerschapsonderwijs vorm te geven, is het belangrijk dat scholen de wettelijke opdracht en kerndoelen vertalen, vanuit hun eigen visie op burgerschap, naar concrete leerdoelen die aansluiten bij hun leerlingen en de omgeving waarin zij opgroeien. Scholen hebben daarbij de vrijheid om eigen terminologie te gebruiken en deze passend te maken voor de eigen leerlingpopulatie op de school. Om dit proces stapsgewijs aan te pakken, kan je dit Stappenplan burgerschap gebruiken om doelgericht en samenhangend te werken aan burgerschap.
Nu de ontwikkelfase is afgerond, start het ministerie van OCW het wetgevingstraject. Daarna volgt landelijke invoering. Voor een succesvolle implementatie zijn ondersteunende materialen zoals leerlijnen, voorbeelduitwerkingen en handreikingen essentieel. Deze worden de komende tijd ontwikkeld door SLO. SLO zal hierover regelmatig communiceren via www.actualisatiekerndoelen.nl. OCW kan aanvullende maatregelen nemen om de invoering te versterken. In 2024 bracht SLO al advies uit over implementatie, gevolgd door een specifiek advies voor het gespecialiseerd onderwijs in 2025.
Met de functionele kerndoelen burgerschap ontstaat een helder en samenhangend kader voor burgerschapsonderwijs voor leerlingen van 4 tot 20 jaar, met een duidelijke focus op zelfredzaamheid, participatie en maatschappelijke betrokkenheid.
Sinds 2021 is de nieuwe wettelijke burgerschapsopdracht van kracht. Deze wet vraagt scholen om actief burgerschap en sociale cohesie te bevorderen. Er zijn drie invalshoeken: de minimale inhoud die aandacht moet krijgen, de onderwijskundige uitgangspunten (doelgericht, samenhangend, herkenbaar en inzicht in resultaten) en de eisen aan de schoolomgeving (een veilige oefenplaats). De minimale inhoud omvat drie onderdelen: het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties en het bijbrengen van kennis van en respect voor diversiteit. De kerndoelen zijn bedoeld als onderwijsinhoudelijke uitwerking, dan wel specificatie van deze drie onderdelen.
Naar verwachting zullen de functionele kerndoelen burgerschap in augustus 2027 wettelijk worden vastgelegd. Onlangs heeft het Ministerie van OCW dit visueel weergegeven in een infographic Burgerschapsonderwijs: wat zijn de huidige verplichtingen en welke veranderingen komen eraan?.
Meer lezen? Bekijk het toelichtingsdocument waarin de functionele kerndoelen burgerschap (definitief concept) uitgebreid beschreven staan (SLO). Hierin lees je ook over het zorgvuldige ontwikkelproces van functionele kerndoelen burgerschap.
Tekst: SLO