Sinds 2021 moeten Nederlandse scholen doelgericht en samenhangend burgerschapsonderwijs aanbieden. Voor leerlingen in Internationale Schakelklassen (ISK’s) geldt dit ook, terwijl zij vaak nog weinig kennis hebben van de Nederlandse taal, cultuur en democratische samenleving.
De uitvoering is complex. ISK-leerlingen verschillen sterk in taalniveau, schoolervaring en culturele achtergrond en kunnen traumatische ervaringen hebben. Bovendien verblijven zij doorgaans maar ongeveer twee jaar op een ISK. De reguliere kerndoelen gaan deels uit van voorkennis die veel nieuwkomers nog niet hebben. Tegelijkertijd is het nieuwkomersonderwijs niet als afzonderlijke sector wettelijk verankerd.
Omdat weinig bekend is over burgerschapsonderwijs binnen ISK’s, onderzoekt deze masterscriptie van Sacha Lommen welke factoren de uitvoering beïnvloeden en welke ondersteuning onderwijsprofessionals nodig hebben. Het onderzoek is mede uitgevoerd voor het Expertisepunt Burgerschap, waarvoor ook een adviesrapport is geschreven.
Masterthesis Sacha Lommen: ‘“Deze Kinderen Hebben ook Recht op Goede Boeken”
Het onderzoek is kwalitatief en verkennend van aard. Deze vorm is gekozen omdat nog weinig onderzoek bestaat naar burgerschapsonderwijs op ISK-scholen en omdat diepgaand inzicht in ervaringen en perspectieven centraal staat.
De kernsteekproef bestond uit tien ISK-professionals van negen scholen, verspreid over zeven provincies:
Alle deelnemers hadden ervaring met het vormgeven of uitvoeren van burgerschapsonderwijs. Zes hadden eerder in het reguliere onderwijs gewerkt en twee in andere onderwijscontexten. De scholen hadden allemaal cultureel gemengde leerlingpopulaties.
De deelnemers zijn doelgericht geselecteerd, met aandacht voor variatie in regio, functie en onderwijservaring. Daarnaast zijn achtergrondgesprekken gevoerd met medewerkers van SLO, LOWAN, het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs.
Het belangrijkste instrument was een topicinterview. De interviews behandelden onder meer:
De vaste onderwerpen maakten vergelijking tussen deelnemers mogelijk, terwijl de open opzet ruimte bood om door te vragen.
Alle deelnemers beschouwen burgerschapsonderwijs als een kerntaak van de ISK. Zij zien het niet alleen als een afzonderlijk vak, maar als een rode draad door het onderwijs. De nadruk ligt vooral op kennismaking met de Nederlandse samenleving, actualiteiten, politiek en democratie, identiteit, samenleven, gender en seksualiteit.
De meeste professionals ervaren veel steun van collega’s en doorgaans ook van de schoolleiding. Toch bestaat niet altijd een gedeelde schoolbrede norm; de aandacht voor burgerschap blijft daardoor sterk afhankelijk van individuele docenten. Ouders oefenen weinig directe druk uit. Deelnemers ervaren juist maatschappelijke druk om leerlingen Nederlandse normen en waarden bij te brengen.
Voor goed burgerschapsonderwijs vinden zij vooral een open houding, pedagogische vaardigheden en een veilig klasklimaat noodzakelijk. Uitgebreide vakkennis wordt minder belangrijk gevonden, omdat informatie kan worden opgezocht. Gevoelige onderwerpen, zoals Israël-Palestina, seksuele diversiteit en anti-vluchtelingensentiment, vragen wel om sterke gespreksvaardigheden en het kunnen tonen van meerdere perspectieven.
Bijna alle onderzochte scholen bieden een apart vak burgerschap aan, hoewel burgerschap daarnaast breder in het onderwijs terugkomt. De organisatorische verantwoordelijkheid verschilt: soms ligt die bij één persoon, soms bij een stuurgroep of curriculumontwikkelaar.
De landelijke kerndoelen worden niet altijd expliciet gebruikt. Sommige scholen werken eerder met de zes burgerschapsdomeinen van LOWAN. Professionals maken pragmatische keuzes omdat reguliere kerndoelen onvoldoende aansluiten bij leerlingen die weinig voorkennis hebben en maar kort op de ISK verblijven.
De belangrijkste knelpunten zijn:
Veel docenten ontwikkelen of bewerken daarom zelf materiaal en gebruiken video’s, gastlessen en losse activiteiten.
De sterkste behoefte is uitwisseling met professionals van andere ISK-scholen. Genoemde vormen zijn lesbezoeken, leernetwerken en een landelijke expertisegroep.
Daarnaast bestaat behoefte aan:
De hoofdconclusie is dat motivatie niet het probleem is: professionals zijn sterk betrokken en tonen weinig handelingsverlegenheid. Het ontbreekt vooral aan organisatorische en didactische randvoorwaarden. De scriptie adviseert daarom om landelijke uitwisselingsnetwerken te organiseren, bestaand materiaal te bundelen, gezamenlijk nieuwe materialen te ontwikkelen en nieuwkomersonderwijs steviger in wet- en beleid te verankeren.