Verkennend onderzoek naar het burgerschapsonderwijs in de Internationale Schakelklassen (ISK’s)

Datum toegevoegd: 02 oktober 2026
  • Sector VO
  • Categorie Onderzoek en publicaties

Sinds 2021 moeten Nederlandse scholen doelgericht en samenhangend burgerschapsonderwijs aanbieden. Voor leerlingen in Internationale Schakelklassen (ISK’s) geldt dit ook, terwijl zij vaak nog weinig kennis hebben van de Nederlandse taal, cultuur en democratische samenleving. 

De uitvoering is complex. ISK-leerlingen verschillen sterk in taalniveau, schoolervaring en culturele achtergrond en kunnen traumatische ervaringen hebben. Bovendien verblijven zij doorgaans maar ongeveer twee jaar op een ISK. De reguliere kerndoelen gaan deels uit van voorkennis die veel nieuwkomers nog niet hebben. Tegelijkertijd is het nieuwkomersonderwijs niet als afzonderlijke sector wettelijk verankerd. 

Omdat weinig bekend is over burgerschapsonderwijs binnen ISK’s, onderzoekt deze masterscriptie van Sacha Lommen welke factoren de uitvoering beïnvloeden en welke ondersteuning onderwijsprofessionals nodig hebben. Het onderzoek is mede uitgevoerd voor het Expertisepunt Burgerschap, waarvoor ook een adviesrapport is geschreven. 

Masterthesis Sacha Lommen: ‘“Deze Kinderen Hebben ook Recht op Goede Boeken”

Adviesrapport: Ondersteuningsbehoeften rondom burgerschapsonderwijs binnen Internationale Schakelklassen 

Drie onderzoeksvragen 

  1. Wat is de houding van ISK-professionals ten opzichte van burgerschapsonderwijs?  
  2. Hoe ziet de realisatie van burgerschapsonderwijs op ISK-scholen eruit?  
  3. Welke ondersteuningsbehoeften hebben ISK-onderwijsprofessionals bij de uitvoering van burgerschapsonderwijs?  

Type onderzoek 

Het onderzoek is kwalitatief en verkennend van aard. Deze vorm is gekozen omdat nog weinig onderzoek bestaat naar burgerschapsonderwijs op ISK-scholen en omdat diepgaand inzicht in ervaringen en perspectieven centraal staat. 

Participanten 

De kernsteekproef bestond uit tien ISK-professionals van negen scholen, verspreid over zeven provincies: 

  • acht docenten;  
  • één coördinator;  
  • één curriculumontwikkelaar burgerschap;  
  • zeven vrouwen en drie mannen.  

Alle deelnemers hadden ervaring met het vormgeven of uitvoeren van burgerschapsonderwijs. Zes hadden eerder in het reguliere onderwijs gewerkt en twee in andere onderwijscontexten. De scholen hadden allemaal cultureel gemengde leerlingpopulaties. 

De deelnemers zijn doelgericht geselecteerd, met aandacht voor variatie in regio, functie en onderwijservaring. Daarnaast zijn achtergrondgesprekken gevoerd met medewerkers van SLO, LOWAN, het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs. 

Onderzoeksinstrument  

Het belangrijkste instrument was een topicinterview. De interviews behandelden onder meer: 

  • de betekenis en het belang van burgerschapsonderwijs;  
  • steun, verwachtingen en druk vanuit de omgeving;  
  • benodigde kennis en vaardigheden;  
  • de organisatie van burgerschapsonderwijs;  
  • het gebruik van kerndoelen en lesmateriaal;  
  • gewenste organisatorische, didactische en pedagogische ondersteuning.  

De vaste onderwerpen maakten vergelijking tussen deelnemers mogelijk, terwijl de open opzet ruimte bood om door te vragen. 

Resultaten 

Onderzoeksvraag 1: Houding van ISK-professionals 

Alle deelnemers beschouwen burgerschapsonderwijs als een kerntaak van de ISK. Zij zien het niet alleen als een afzonderlijk vak, maar als een rode draad door het onderwijs. De nadruk ligt vooral op kennismaking met de Nederlandse samenleving, actualiteiten, politiek en democratie, identiteit, samenleven, gender en seksualiteit. 

De meeste professionals ervaren veel steun van collega’s en doorgaans ook van de schoolleiding. Toch bestaat niet altijd een gedeelde schoolbrede norm; de aandacht voor burgerschap blijft daardoor sterk afhankelijk van individuele docenten. Ouders oefenen weinig directe druk uit. Deelnemers ervaren juist maatschappelijke druk om leerlingen Nederlandse normen en waarden bij te brengen. 

Voor goed burgerschapsonderwijs vinden zij vooral een open houding, pedagogische vaardigheden en een veilig klasklimaat noodzakelijk. Uitgebreide vakkennis wordt minder belangrijk gevonden, omdat informatie kan worden opgezocht. Gevoelige onderwerpen, zoals Israël-Palestina, seksuele diversiteit en anti-vluchtelingensentiment, vragen wel om sterke gespreksvaardigheden en het kunnen tonen van meerdere perspectieven. 

Onderzoeksvraag 2: Realisatie in de praktijk 

Bijna alle onderzochte scholen bieden een apart vak burgerschap aan, hoewel burgerschap daarnaast breder in het onderwijs terugkomt. De organisatorische verantwoordelijkheid verschilt: soms ligt die bij één persoon, soms bij een stuurgroep of curriculumontwikkelaar. 

De landelijke kerndoelen worden niet altijd expliciet gebruikt. Sommige scholen werken eerder met de zes burgerschapsdomeinen van LOWAN. Professionals maken pragmatische keuzes omdat reguliere kerndoelen onvoldoende aansluiten bij leerlingen die weinig voorkennis hebben en maar kort op de ISK verblijven. 

De belangrijkste knelpunten zijn: 

  • gebrek aan ISK-specifiek lesmateriaal;  
  • bestaand materiaal dat te talig of te ingewikkeld is;  
  • grote verschillen in taal- en kennisniveau binnen één klas;  
  • culturele gevoeligheden en botsende normen en waarden;  
  • voortdurende instroom en uitstroom;  
  • beperkte onderwijstijd en hoge werkdruk;  
  • onvoldoende ondersteuning vanuit overheid en landelijke organisaties.  

Veel docenten ontwikkelen of bewerken daarom zelf materiaal en gebruiken video’s, gastlessen en losse activiteiten.  

Onderzoeksvraag 3: Realisatie in de praktijk 

De sterkste behoefte is uitwisseling met professionals van andere ISK-scholen. Genoemde vormen zijn lesbezoeken, leernetwerken en een landelijke expertisegroep. 

Daarnaast bestaat behoefte aan: 

  • een ISK-specifieke methode of samenhangend lespakket;  
  • materiaal op verschillende taal- en kennisniveaus;  
  • bundeling en toegankelijk maken van bestaand materiaal;  
  • duidelijkheid over wat aan het einde van de ISK-periode van leerlingen wordt verwacht;  
  • meer erkenning van de bijzondere ISK-context;  
  • ISK-specifieke richtlijnen of kerndoelen;  
  • betere landelijke coördinatie en wettelijke verankering van het nieuwkomersonderwijs.  

De hoofdconclusie is dat motivatie niet het probleem is: professionals zijn sterk betrokken en tonen weinig handelingsverlegenheid. Het ontbreekt vooral aan organisatorische en didactische randvoorwaarden. De scriptie adviseert daarom om landelijke uitwisselingsnetwerken te organiseren, bestaand materiaal te bundelen, gezamenlijk nieuwe materialen te ontwikkelen en nieuwkomersonderwijs steviger in wet- en beleid te verankeren. 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*