Wetenschappelijk onderzoek naar burgerschapsonderwijs in het gespecialiseerd onderwijs

Datum toegevoegd: 22 januari 2026
  • Sector GO

Wetenschappelijk onderzoek naar burgerschapsonderwijs in het gespecialiseerd onderwijs 
Een gesprek met onderzoekers Lianne Hoek en Lieselotte Oudega

Introductie

De wettelijke opdracht om actief burgerschap en sociale cohesie te bevorderen geldt ook voor het gespecialiseerd onderwijs, maar de diversiteit aan leerlingen vraagt om maatwerk en andere manieren van werken, meten en volgen. Het Expertisepunt Burgerschap sprak hierover met Lianne Hoek, universitair docent, en Lieselotte Oudega, promovenda binnen het landelijk onderzoeksproject Kwalitatief onderzoek burgerschapsonderwijs en -monitoring in het funderend onderwijs. Zij onderzoeken burgerschapsonderwijs in het gespecialiseerd onderwijs en delen hun inzichten over de praktijk, het meten en monitoren en de ontwikkeling van schoolbrede aanpakken.

Visie op burgerschapsonderwijs formuleren

Veel scholen focussen in hun visie op burgerschap focussen op zelfredzaamheid van leerlingen. Of dit onder burgerschapsonderwijs valt, hangt af van de invulling ervan, aldus Lianne: “Als het gaat om zelfredzaamheid in een democratische samenleving, dan hoort daar meer bij dan alleen sociale vaardigheden. Dan gaat het ook om weten hoe je je kunt bewegen in de maatschappij, hoe instituties werken, dat je kunt stemmen en begrijpt wat dat betekent.”

Het gaat dus om betekenis geven aan dit woord en het samen nadenken over wat je ermee bedoelt. “Dat geldt misschien ook in het algemeen voor de visie op burgerschap”, legt Lianne uit. “Het is heel goed voor scholen om daarover na te denken, om als team de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Maar uiteindelijk krijgt de visie pas echt betekenis als je de vertaalslag naar de leerdoelen gaat maken. Wat willen we dat leerlingen kunnen, kennen en vinden aan het einde van een leerjaar en aan het einde van hun schoolloopbaan? Pas dan zie je hoe de visie concreet wordt.”

Sociale en maatschappelijke competenties

In het gespecialiseerd onderwijs krijgt burgerschap een eigen kleur, merkte Lianne tijdens de dataverzameling voor een kwalitatieve studie naar de invulling van burgerschapsonderwijs in het gespecialiseerd onderwijs. “Ik sprak met schoolprofessionals en zag dat zij vaak werken met methoden en materialen uit het reguliere basisonderwijs. Ze passen dat aan voor hun leerlingen, maar er is weinig wat echt specifiek ontwikkeld is voor deze doelgroep. Dat vind ik een groot gemis.”

De aanleiding voor haar onderzoek lag in de observatie dat burgerschap in het gespecialiseerd onderwijs niet altijd hetzelfde betekent als in het primair en voortgezet onderwijs en dat hier weinig onderzoek naar is. “Bijvoorbeeld het peilingsonderzoek, einde speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs, wijst er ook op dat er in het gespecialiseerd onderwijs wat meer aandacht is voor de sociale competenties dan voor de maatschappelijke competenties. Dat zegt iets over waar de nadruk ligt.” In gesprekken die zij voerde komt datzelfde beeld naar voren. “Leraren hebben op dagelijkse basis veel brandjes te blussen. Die raken veelal aan sociale competenties van leerlingen, dus daar gaat meer aandacht naar uit. De maatschappelijke doelen van burgerschapsonderwijs werden wel belangrijk gevonden, maar kregen in de praktijk minder aandacht.”

De uitdaging ligt volgens haar niet in de wil, maar in de uitvoerbaarheid. “Een klas in het gespecialiseerd onderwijs is vaak heterogeen. Wat werkt voor de ene leerling, werkt niet voor de ander. Er komt dus niet één kant-en-klare aanpak. De rol van de leraar is groot: die moet steeds opnieuw kijken wat haalbaar is voor diens klas.” Lianne pleit voor meer passende ondersteuning voor leraren. “Wij als wetenschappers en beleidsmakers moeten het ze makkelijker maken. Dat kan met onderzoek, materialen en voorbeelden die echt passen bij hun leerlingen. Want de ambitie is helder: leerlingen voorbereiden op volwaardig burgerschap in een democratische samenleving. Daar horen ook maatschappelijke competenties bij, al vragen die soms om een aangepaste vorm.”

Een voorbeeld noemt ze zelf: “Een van de leraren zei: demonstreren, dat lukt bij onze leerlingen vaak niet. Maar het idee erachter om je stem te laten horen, is wel belangrijk. Misschien kan dat digitaal, of in kleinere vormen. Het gaat erom dat leerlingen leren dat hun mening ertoe doet en dat ze die kunnen uiten. Daar kun je veel creatieve vormen voor vinden. Bij elk voorbeeld kun je bedenken: als dat niet gaat, wat dan wel?”

Wat leert bestaand onderzoek?

Het wetenschappelijk onderzoek naar burgerschapsonderwijs in het gespecialiseerd onderwijs is zeer beperkt. Waar eerdergenoemde kwalitatieve studie nog in voorbereiding is, bevat het proefschrift van Lianne een afgeronde studie waarin burgerschapscompetenties en -doelen tussen het gespecialiseerd onderwijs en primair onderwijs worden vergeleken. “We zagen dat leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs wat lager scoren op burgerschapskennis, houdingen en zelf ingeschatte vaardigheden. Maar op toegepaste vaardigheden zagen we geen verschillen met leerlingen in het reguliere onderwijs.”

Leraren in het gespecialiseerd onderwijs geven aan dat er minder systematisch over burgerschap wordt nagedacht als het gaat om visie, leerdoelen, het curriculum en monitoring. “Tegelijkertijd zien we dat deze leraren wel meer aandacht hebben voor persoonlijke ontwikkeling, sociale competenties, evenals voor de omgang met verschillen en het bevorderen van een positieve houding hierover. Over het algemeen hechten ze zelfs meer belang aan burgerschapsonderwijs.”

Gestandaardiseerd monitoren

Het meten van burgerschapscompetenties is in het regulier onderwijs al niet eenvoudig, maar in het gespecialiseerd onderwijs nog ingewikkelder. “Het spijt me een beetje om te zeggen, maar er is momenteel te weinig voorhanden,” stelt Lianne. Het onderzoek naar meten van burgerschap in het gespecialiseerd onderwijs is nog volop in ontwikkeling. Het landelijke onderzoek, waarvan ook het promotietraject van Lieselotte Oudega onderdeel is, kijkt zowel naar potentieel impactvolle aanpakken (PIAs) als potentieel impactvolle monitoringssystematieken (PIMs) voor burgerschapsonderwijs.

De wet biedt ruimte voor verschillende manieren van meten; zowel gestandaardiseerde als ongestandaardiseerde instrumenten. “Veel scholen gebruiken momenteel Burgerschap Meten, een van de weinige beschikbare gestandaardiseerde instrumenten. Burgerschap Meten is echter niet specifiek gevalideerd voor het gespecialiseerd onderwijs, waardoor de gebruikerservaringen uiteenlopen. Voor sommigen werkt het, anderen haken af omdat het niet goed genoeg past.” Tegelijkertijd zijn in Burgerschap Meten een aantal aanpassingen mogelijk gemaakt om een afname voor leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs makkelijker te maken: de vragen kunnen worden voorgelezen, zowel in het Nederlands als in verschillende andere talen; leerlingen kunnen stoppen op ieder moment of een pauze nemen tussendoor, of de vragen over twee dagen verspreid invullen. Ook zijn niet alle vragen verplicht om af te nemen.

“Idealiter vanuit wetenschappelijk oogpunt houd je verschillen in condities zo klein mogelijk om de betrouwbaarheid van de gegevens te kunnen waarborgen, maar we willen daar wel iets in tegemoet komen,” licht Lianne toe. Een aparte versie van Burgerschap Meten voor het gespecialiseerd onderwijs is er voorlopig echter niet. “Ik zou het graag willen, maar het staat helaas niet op de planning.”

Ruimte voor eigen vormen van monitoren

Lianne benadrukt dat de wet ruimte laat voor verschillende vormen van meten. “Gestandaardiseerde instrumenten zijn niet verplicht. Je mag ook werken met ongestandaardiseerde instrumenten, zoals rubrics of portfolio’s. Juist voor deze doelgroep kan dat beter passen. Het vraagt wel meer van de school om het zelf te ontwikkelen en/of interpreteren.” Ze verwijst scholen bijvoorbeeld wel eens naar rubrics die zijn ontwikkeld door Remmert Daas in zijn proefschrift. “Die zijn ook niet specifiek beproefd op leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs, maar kunnen voor leraren en schoolleiders in het gespecialiseerd onderwijs illustreren hoe je ook over het monitoren van burgerschapscompetenties kunt nadenken.” Ook is er afgelopen jaar, met financiering vanuit Expertisepunt Burgerschap en onder leiding van de Academische Werkplaats Sociale Kwaliteit, een leernetwerk gestart waarin samen met scholen gewerkt wordt aan een portfoliotool voor burgerschapscompetenties van leerlingen. “Ik hoop dat als deze af is, dat deze ook voor scholen in het gespecialiseerd onderwijs een oplossing biedt”, zegt Lianne.

De wettelijke opdracht om doelgericht en samenhangend burgerschapsonderwijs te bieden vraagt volgens Lianne om een resultaatgerichte aanpak. “Er zijn hierbij concrete stappen die scholen al kunnen zetten. Denk aan het nadenken over een visie, concrete leerdoelen formuleren en de vertaalslag naar het curriculum maken. Voor het meten en monitoren moeten we als ondersteuners nog beter ons werk doen.”

Op weg naar schoolbrede aanpakken

Waar het tot nu toe ging over wat bekend is uit onderzoek en de praktijk, richt Lieselotte zich op de toekomst. Zij startte recent haar promotietraject op het gebied van burgerschapsonderwijs in het gespecialiseerd onderwijs binnen het eerder benoemde landelijk onderzoeksproject. Er zijn in dit project drie onderzoeksteams actief voor respectievelijk het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs, één team gericht op monitoring, en één overkoepelend team; Lianne en Lieselotte maken deel uit van het team gespecialiseerd onderwijs.

“Het doel is om samen met scholen impactvolle, schoolbrede aanpakken en manieren van monitoren te ontwikkelen voor burgerschapsonderwijs,” vertelt Lieselotte. “We beginnen met een inventarisatie: wat gebeurt er nu al, wat werkt goed, en waar lopen scholen tegenaan? Daarna selecteren we zes scholen, twee sbo-, twee so- en twee vso-scholen, waarmee we de aanpak verder ontwikkelen.”

Haar eerste artikel wordt een scoping review, een manier om de bestaande literatuur over een bepaald onderwerp bij elkaar te brengen. “Ik wil in kaart brengen wat er al bekend is over burgerschap in het gespecialiseerd onderwijs. Onderzoek hierover is nog beperkt, dus ik trek het begrip burgerschap wat uit elkaar aan de hand van verschillende aspecten, zoals maatschappelijke en politieke ontwikkeling. Zo ontstaat een overzicht van wat er wetenschappelijk al is onderzocht, dat we later kunnen verbinden met de inzichten uit de scholen.”

Het onderzoek levert in de komende jaren inzichten op voor scholen die hun burgerschapsonderwijs verder willen versterken. “We willen graag de bewustwording vergroten over het belang van een schoolbrede aanpak,” zegt Lieselotte. “Wat je in de klas doet, hoort aan te sluiten bij de visie van de school en bij wat er in de schoolcultuur wordt uitgedragen. Uiteindelijk hopen we te komen tot concrete, samenhangende en schoolbrede aanpakken die door het hele team worden gedragen. Dus niet alleen in de klas, maar ook op het niveau van de schoolorganisatie, de visie, de cultuur en het pedagogisch klimaat.”

De Inspectie van het Onderwijs vraagt om een aanpak die past bij de specifieke leerlingpopulatie. In het onderzoek ligt de nadruk daarom niet op één uniforme werkwijze, maar op het ontwikkelen van tools en principes waarmee scholen verder kunnen bouwen. De aanpak die met de zes scholen wordt ontwikkeld, is bedoeld om te gebruiken voor andere scholen. Want hoewel elke context anders is, hopen de onderzoekers dat er algemene principes uit voortkomen die breder toepasbaar zijn.

Tips

Zowel Lianne als Lieselotte zien dat scholen in het gespecialiseerd onderwijs volop bezig zijn met burgerschap. Lieselotte benadrukt het uitgangspunt van de school als oefenplaats. “Wat in de literatuur steeds terugkomt, is dat burgerschapsonderwijs werkt als leerlingen het leuk vinden en actief meedoen. Laat ze oefenen met democratie op school. Denk aan leerlingverkiezingen, inspraakmomenten of gezamenlijke besluiten over schoolregels. Zo ervaren ze wat participatie betekent.”
“Ik zou scholen ook adviseren om samen op te trekken,” vult Lianne aan. “Veel scholen zijn aan het pionieren. Dat is mooi, maar het risico is dat iedereen opnieuw begint. Ik hoop dat scholen ook elkaar kunnen vinden en dan ook hulp kunnen vragen aan een expert. Er is veel bereidheid om mee te denken. Daar kunnen scholen winst mee behalen.”

Meer inspiratie opdoen?

In de inspiratiebundel voor het gespecialiseerd onderwijs vind je een beknopte versie van dit artikel én andere praktijkvoorbeelden.

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*