Kentalis Guyotschool

Datum toegevoegd: 14 januari 2026
  • Sector GO
  • Categorie Praktijkvoorbeelden

Koninklijke Kentalis is een expertisecentrum voor mensen met een beperking in de communicatie. Dit kan gaan om mensen die doof of slechthorend (D/SH) zijn, mensen met een taal ontwikkelingsstoornis (TOS), een beperking in horen en zien (doofblind (DB)) en een communicatief meervoudige beperking (CMB). Ze werken hard aan een maatschappij waarin iedereen mee kan doen. Kentalis biedt niet alleen zorg en begeleiding, maar ook onderwijs op maat voor leerlingen met een beperking in de communicatie.

  • lees meer

    Het onderwijs valt binnen cluster 2 en bestaat uit speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso), waarbij leerlingen ondersteuning krijgen die is aangepast aan hun individuele behoeften en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast biedt Kentalis ambulante onderwijskundige begeleiding (aob) voor leerlingen in het regulier onderwijs, speciaal basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs, die extra ondersteuning nodig hebben vanwege hun beperking in de communicatie. Kentalis scholen hanteren zeven uitstroomprofielen, afgestemd op het landelijke doelgroepenmodel voor het gespecialiseerd onderwijs.

    Lees meer over de Guyotschool en andere Kentalis scholen in hun publicatie Inclusie met Lef: Koninklijke Kentalis – Expertisepunt Burgerschap 

De Kentalis Guyotschool heeft vier locaties in de provincie Groningen. Het Expertisepunt Burgerschap bracht een bezoek aan de CMB/DB-afdeling van de school voor speciaal onderwijs in Haren.

Volwaardig meedoen is het uitgangspunt van de school, waarbij leerlingen met een communicatief meervoudige beperking of een beperking in horen en zien werken aan hun zelfstandigheid en zeggenschap. Via de BOB-methode (Beleven, Ontmoeten en Betekenis) wordt burgerschap gekoppeld aan tastbare thema’s, zodat leerlingen de wereld om hen heen op hun eigen niveau leren begrijpen. Als inclusieve oefenplaats stimuleert de school solidariteit en democratie, bijvoorbeeld via de gezamenlijke leerlingenraad. Door zowel binnen de school (koken en wassen) als daarbuiten (bezoeken aan de markt of het stemlokaal) te oefenen, bouwt de Guyotschool aan een stevig fundament voor participatie en zelfredzaamheid.  

Henk Koopman, directeur, en Zjannet Horlings-Scheper, intern begeleider, stonden het Expertisepunt te woord. Ook openden twee leerkrachten de deuren van hun klaslokaal. Je leest meer over dit bezoek aan de hand van zes stappen die je kunt volgen om burgerschapsonderwijs vorm te geven.

Ga snel naar: 

Visie op burgerschap | Context van de school | Doelen voor burgerschap |Samenhang en leerlijnen | De school als oefenplaats | Evalueren van burgerschap | Tips 

Visie op burgerschap

“Het uitgangspunt van Kentalis is volwaardig meedoen in de maatschappij”, vertelt Henk. Dit is daarmee ook de kern van hun burgerschapsonderwijs. Hij legt uit dat je een aantal basiselementen moet begrijpen om zo goed mogelijk volwaardig mee te doen. “Wat in de rugzak van de leerlingen kan, proberen we erin te stoppen, zodat ze de wereld om zich heen kunnen begrijpen op hun niveau”, vult Zjannet aan. De school volgt hierbij de visie van Kentalis, waarbij zelfstandigheid, zelfredzaamheid, eigenaarschap en zeggenschap leidend zijn. Zjannet licht dit toe: “Je wilt kinderen zelfredzaam en zelfstandig maken. Dat geldt zowel op didactisch gebied, met hoe je leert leren, als bijvoorbeeld bij gymnastiek met aan- en uitkleden. Maar dat geldt ook voor burgerschap. We hebben gewoon een blik op het mens zijn van onze leerlingen.”

Context van de school

De Guyotschool bedient een specifieke populatie, waarbij er aan aantal leerlingen een beperking in horen en zien (doofblind) hebben en de andere leerlingen een communicatief meervoudig beperking (CMB) hebben. “Dat betekent dat ze naast dat ze doof of slechthorend zijn, iets bijkomends hebben. Dat kan een fysiek beperking, een syndroom, ingewikkeld gedrag, een verlaagd IQ, of een combinatie zijn”, legt Zjannet uit. Dat maakt dat het leren in een heel ander tempo gaat. “Je kijkt echt naar wat het kind aan kan. Het gaat altijd over kunnen en aankunnen. Soms kan een kind wel iets, maar kan hij het nu niet aan.” Dit vraagt van de medewerkers een enorme dosis creativiteit en geduld.

De leerlingen hebben veelal een Nederlandse achtergrond, maar er zijn ook kinderen uit andere landen. Ook zijn er zowel christelijk als islamitische opgevoede leerlingen. Wat de populatie uniek maakt, is dat de kinderen – ongeacht hun culturele, religieuze of fysieke achtergrond – een sterke verbondenheid ervaren doordat ze tot de culturele minderheid van doven behoren. Henk merkt op dat als je eenmaal tot die groep behoort, andere achtergronden bijna vervagen. Zjannet voegt toe dat dit een bijzondere sensitiviteit vereist van medewerkers, aangezien zij nooit volledig zullen begrijpen wat deze leerlingen ervaren: “Je probeert het wel te doorgronden, je probeert het te snappen en erin mee te doen, maar ik word nooit doof. Ik ben nooit doof opgegroeid, dus ik kan niet begrijpen wat zij wel voelen.” De acceptatie, het gevoel van gelijkwaardigheid en solidariteit naar elkaar is hierdoor groot: wanneer een leerling met een fysieke beperking iets niet begrijpt in de leerlingenraad, wordt hij niet uitgelachen, maar doet de voorzitter pogingen om alles opnieuw uit te leggen. “Wat dat betreft is onze school heel inclusief. Iedereen, hoe bijzonder of gewoon, doet gewoon mee”, benadrukt Zjannet.

De ouders van deze leerlingen hebben regelmatig heel andere verwachtingspatronen dan de werkelijke mogelijkheden van het kind, merken Henk en Zjannet. “Ouders hebben zorgen over de toekomst van hun kind en hebben soms niet-realistische verwachtingen. Bijvoorbeeld wanneer je je kind elke ochtend onder de douche zet, afdroogt en aankleedt, maar wel verwacht dat het kind dokter wordt”, vertelt Zjannet. Hierom is het extra belangrijk ouders te betrekken en te informeren als school. De ouderbetrokkenheid varieert echter heel erg, sommige zijn heel betrokken, maar er zijn ook ouders die het ontwikkelingsperspectief (OPP) van hun kind niet lezen. “En wij zien ouders weinig, omdat leerlingen allemaal met de taxi komen”, licht Henk toe.

Doelen voor burgerschap

Nu de functionele kerndoelen burgerschap gepubliceerd zijn, gaat de Guyotschool op basis hiervan nieuwe schooldoelen uitwerken. De kerndoelen zijn breed geformuleerd, dus er is een vertaalslag nodig voor de school om aan te sluiten bij de leefwereld van de kinderen. Zjannet: “Er staat bijvoorbeeld een doel in over dat een leerling weet dat er verschillende mensen zijn. Voor een uitstroomprofiel 1 of doofblinde leerling is het dan al goed dat hij weet dat er mensen zijn met kort en lang haar, dat kun je namelijk nog voelen. Maar in uitstroomprofielen daarboven kun je het over mannen, vrouwen en verschillende seksuele voorkeuren hebben. Dan bouwen we het uit naar wat past bij de leerlingen, wat haalbaar is qua niveau.”

Om het burgerschap te operationaliseren, worden onderwerpen als duurzaamheid, afvalscheiding, feestdagen en religie in de lessen behandeld. Dit gebeurt met eigen gemaakte lessen en een selectie uit Kwink Burgerschap. De volledige methode is te uitgebreid, dus er worden keuzes gemaakt. “En we hebben ook wel een goede database, Gynzy, waarin alle leerkrachten lessen opslaan”, vertelt Zjannet. “Maar er zijn ook collega’s die het prettig vinden om door het proces te gaan, om het zelf te ontwerpen.”

Duurzaamheid, afval scheiden en feestdagen komen aan bod tijdens de twee lessen die het Expertisepunt Burgerschap bezocht. In de eerste les met groep 4-7 werd het overkoepelende thema duurzaamheid direct gekoppeld aan concreet gedrag. De les begon met de onderwijsassistent die een bananenschil op de grond gooide om een directe reactie van de leerlingen uit te lokken, waarna de juf benadrukte dat afval in de prullenbak hoort. Vervolgens gingen de leerlingen met prikkers naar buiten om afval op het schoolplein op te ruimen, wat de oefening in verantwoordelijk gedrag direct tastbaar maakte. Terug in de klas lag de focus op het aanleren van de kennis over afvalscheiding: met behulp van de gebarentaal voor ‘prullenbak’ en ‘papierbak’ leerden de leerlingen het verschil tussen restafval en papier door verschillende items in de juiste bakken te sorteren.

De tweede les in groep 8 richtte zich op feestdagen in Nederland, waarbij de leerlingen werkten aan het vergroten van hun begrip van de maatschappij en cultuur. De klas maakte een kalender aan de hand van plaatjes van feesten als Sinterklaas, Kerst, Koningsdag en het Suikerfeest. Waar ze de datum niet van wisten, zochten de leerlingen zelfstandig de feestdagen op via het digibord, waarbij de leerkracht sommige leerlingen hielp met het invoeren van de zoektermen via gebarentaal. Een van de leerlingen komt zelf met het voorstel ook ieders verjaardag aan de kalender toe te voegen.

Samenhang en leerlijnen

De Inspectie van het Onderwijs handhaaft nu op de standaard OP0, waarin ze toezicht houdt op het aanbod in de basisvaardigheden van scholen. Natuurlijk werd er al voordat het woord burgerschapsonderwijs bestond aandacht gegeven aan deze thema’s op school. “Maar nu moet je het ook verantwoorden in de vorm van een inzichtelijk, herkenbaar en structureel curriculum. Dat hebben wij mooi voor elkaar vind ik, in de vorm van leerlijnen”, stelt Henk. Deze leerlijnen zijn richtinggevend en helpen om uit te leggen aan leerlingen en ouders wat er aangeboden wordt.

De school hanteert momenteel een leerlijn burgerschap die is samengesteld uit doelen uit andere bestaande leerlijnen (onder andere: digitale geletterdheid, NGT-taalgebruik, non-verbale communicatie en sociaal emotionele ontwikkeling). Deze leerlijn is door de inspectie als voldoende beoordeeld. Kentalis breed wordt er een nieuwe leerlijn specifiek voor burgerschap voor de CMB/DB doelgroep opgesteld, waar de Guyotschool dan ook mee gaat werken. Ook gebruikt de school een kalender met belangrijke maatschappelijke dagen (zoals de Tweede Kamerverkiezingen of Paarse Vrijdag) in de map van de leerkrachten als reminder. Dit doen ze zodat deze thema’s extra aandacht krijgen in het kringgesprek of tijdens een les burgerschap, en niet verdwijnen in de waan van de dag.

Om het onderwijs betekenisvol en samenhangend te maken, zijn alle leerlijnen gekoppeld aan thema’s van BOB (Beleven, Ontmoeten en Betekenis), of ook wel ankergestuurd werken. Er zijn vier thema’s per jaar die aan bod komen, zoals gezondheid en post. Door de koppeling van de thema’s aan leerlijnen kunnen leerkrachten gericht doelen kiezen. Andere Kentalis scholen werken ook met BOB, dus zij wisselen met elkaar uit. Op dit moment is de BOB-ruimte ingericht als restaurant aan de hand van verschillende culturen, passend bij het thema feesten en vieren. Binnen BOB is er ruimte voor differentiatie, sommige leerlingen hebben het bij thema huis over een huis bouwen, anderen over hoe je dat duurzaam doet.

De school als oefenplaats

De Kentalis school fungeert als een oefenplaats waar leerlingen vaardigheden kunnen opdoen in een veilige en gestructureerde omgeving. Zo wordt de kernwaarde zelfredzaamheid concreet gemaakt in de eigen keuken en wasruimte, waar alle leerlingen wekelijks koken en sommige leren hoe ze de was in de machine moeten doen. De meest concrete oefening in democratie en participatie vindt plaats via de leerlingenraad. De CMB/DB-afdeling deelt een gebouw met de D/SH-afdeling. De leerlingen zijn tijdens de lessen gescheiden, maar oefenen met inclusie onder andere door samen in de leerlingenraad te zitten. Elk jaar wordt een nieuwe raad gekozen via een verkiezingsproces met posters en een echt stemhokje. Hoewel de verkiezingsprogramma’s soms onrealistische wensen bevatten, zoals “we willen elke dag snoep”, komen er veel reële wensen voorbij, zoals de behoefte aan nieuwe stoelen. Ook is door de leerlingen zelf het idee geopperd om in de gedeelde aula, het honk, met alle leerlingen samen te lunchen, wat niet meer gebeurt sinds de corona-periode.

Henk vertelt over de leerlingenraad aan de hand van een voorbeeld, waarbij het gesprek ging over de nestschommels op het plein: “Blijkbaar is er iedere keer gedoe over wie op de nestschommel mag en wie niet. De leerlingenraad was ervan overtuigd dat er een rooster moet komen, welke dag wie erop mag en wie niet. Maar, ik hou er niet zo van om overal regels voor te moeten bedenken. ‘Kun je niet gewoon elkaar aankijken en het in goed overleg oplossen?’ vroeg ik aan ze. Dat was volgens hen niet mogelijk. Het besluit van de leerlingenraad was: er moet een rooster komen voor de nestschommels. Mijn antwoord was daarop: ‘Nu moeten jullie mij nog overtuigen dat het een belangrijk besluit is en of ik dat wil overnemen.’ Het is dus eigenlijk een rollenspel, maar wel met een leerdoel erachter.” De vertegenwoordigers in de leerlingenraad moeten ook de agendapunten bespreken met hun klassen en het team bevragen op draagvlak, waardoor zij de complexiteit van democratische besluitvorming ervaren.

Hoewel er een natuurlijke neiging is om binnen de veilige schoolmuren te blijven, moedigt de school aan om de buitenwereld groter te maken. Dit komt voort uit een tip van de inspectie en sluit goed aan bij een speerpunt vanuit Kentalis om een duurzame verbinding van binnen naar buiten de school te maken. De Guyotschool maakt de buitenwereld van haar leerlingen groter door bijvoorbeeld met de bus een bezoek te brengen aan een restaurant van de ouders van een leerling, de kinderboerderij en het Teddy Bear Hospital in Groningen. Ook gingen de oudere leerlingen van groep 8 mee met de leerkrachten naar een stemlokaal in Haren. Deze bezoeken worden ook gekoppeld aan leerdoelen, zo was het bezoek aan het restaurant gekoppeld aan het thema vieren en feesten. Verder wordt soms de buitenwereld naar binnen gehaald, bijvoorbeeld door een tandartsassistente uit te nodigen of door de viering van het Suikerfeest te organiseren. Zo is er aandacht voor verschillende religies.

Evalueren van burgerschap

“Het is geen ‘we zien wel wat we doen’ speciaal onderwijs. Alles is van tevoren bepaald, alle doelen zijn van tevoren bepaald en daarmee werken we doelgericht. Wat de route is, wordt individueel gevolgd en dit wordt geanalyseerd. Hoe kan het dat sommige leerlingen bepaalde doelen niet halen? Hoe kan het dat er een trend is dat bepaalde doelen moeilijk en ingewikkeld zijn?”, vertelt Henk over het evalueren op de Guyotschool. Op basis van deze analyse wordt het aanbod aangepast. Zjannet vertelt over een voorbeeld: “Bij een leerling zijn we al lang bezig met getallen, maar ze komt niet verder dan vijf. Dan vraag ik de leerkracht in welk domein het wel lukt, bij haar is dat het domein vormen. Dan gaan we daar eerst verder in investeren en het dan weer opnieuw aanbieden. Lukt het dan echt niet, dan maken we de afspraak dat we het doel uitzetten. Anders lijkt het dat je dit moet halen, maar het lukt steeds niet. Dat voor ouders ook niet prettig om te zien. Dan hoeven ze dat doel niet te behalen, maar daar wordt goed over nagedacht en gaat altijd via de leerlingbespreking.”

De voortgang wordt nauwkeurig bijgehouden via een leerlingvolgsysteem, ParnasSys. De scoring vindt driemaal per jaar plaats, waarbij de doelen voor burgerschap voor leerroute 1 wel worden aangeboden, maar niet formeel worden afgevinkt in het systeem, anders dan doelen voor andere vakken. Vanaf leerroute 2 wordt er op de burgerschapsdoelen wel expliciet gescoord, waarbij de leerkrachten voor elke periode de doelen per leerling uitprinten, afvinken wanneer ze behaald zijn en dit vervolgens invoeren in de computer. “Twee keer per schooljaar, krijgen ouders een soort leerlijnenoverzicht, een profiel van hun kind. Dan krijgen ze een mooi overzicht en dan zien ze wat al behaald is, wat pas in de toekomst is, en wat wel gepland is, maar nog niet behaald of nog niet lukte”, vertelt Zjannet.

Aan het einde van het schooljaar wordt een schoolanalyse gemaakt, waarbij naast de behaalde doelen ook kritisch wordt gekeken naar de factoren die het succes beïnvloeden, de zogenaamde ‘zes knoppen’. “We kijken naar het leerstofaanbod, klassenmanagement, leertijd, didactisch handelen, pedagogisch handelen en schoolklimaat. Is alles in orde? Moeten we daarin sturen of aan een van de knoppen werken? Sinds vorig jaar evalueren we ons burgerschap zo”, licht Zjannet toe. “Het vak krijgt in een heel aardig tempo steeds meer vorm”, aldus Henk. Hierbij noemt hij naast het formuleren van doelen en het werken met een leerlijn, ParnasSys als een stap in de goede richting, omdat het losse systemen aan elkaar knoopt en de administratie werkbaar houdt. De school blijft verder aangehaakt bij landelijke ontwikkelingen via een collega die als burgerschapscoördinator fungeert en naar bijeenkomsten gaat. Zij geeft het team opdrachten om aan te werken, om zo burgerschapsonderwijs levend te houden op school.

Tips

De belangrijkste tip van Zjannet voor scholen die worstelen met burgerschapsonderwijs is: wees niet te bang en begin gewoon, doe het gewoon. Ze benadrukt dat scholen het feitelijk al doen; de kern is om dit informele werk te formaliseren. Volgens haar helpt het om het “meer te structureren in je leerlijn, meer kaders te geven”. Henk beaamt dit: de opdracht is om het wel vast te leggen in een leerlijn, wat de school is gelukt door er een project van te maken en de bestaande doelen netjes op te schrijven.
Beide benadrukken dat het cruciaal is om burgerschap in de bestaande structuur in te bedden. Zjannet pleit ervoor dat het “in de weekstructuur komt, dat het in de OPP-structuur komt” en dat het steeds terugkomt bij de evaluatie en de schoolanalyse, zodat het niet wordt vergeten. Een tip aan mededirecteuren van Henk: “Durf te investeren in de oefenplaats buiten de schoolmuren.” Echter zijn het wel bijzondere kinderen, wat extra begeleiding kost. Dit risico moet je wel durven nemen, omdat het oefenen in de maatschappij essentieel is.

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*