“Onze zorg dat scholen blijven steken in activiteiten-gedreven onderwijs, waarin zeker aandacht bestaat voor burgerschap, maar een doelgerichte en doordachte werkwijze niet werkelijk tot stand komt, blijft zo onverminderd staan.”
Tot deze conclusie komt de Inspectie van het Onderwijs in haar Staat van het Onderwijs, het jaarlijkse rapport waarin de toezichthouder verslag legt over de toestand van het Nederlandse onderwijs. Een conclusie die volgens de Inspectie des te meer wringt, omdat de complexer ervaren aspecten nog geen onderdeel zijn van de evaluatie, zoals het in kaart brengen van sociale en maatschappelijke competenties (in het primair en voortgezet onderwijs). Op 15 april 2026 overhandigde inspecteur-generaal Alida Oppers het rapport aan minister Rianne Letschert en staatssecretaris Judith Tielen. Genoemde bewindspersonen stuurden dezelfde dag namens het kabinet een beleidsreactie naar de Tweede Kamer.
Net als vorig jaar liggen steekproefsgewijze kwaliteitsonderzoeken aan de basis van de constateringen rondom de herstelopdrachten (een werkwijze die sinds september 2023 van kracht is). In het primair en voortgezet onderwijs werden in de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 de meeste herstelopdrachten gegeven voor de standaard Basisvaardigheden (het leerstofaanbod voor Nederlandse taal, rekenen en burgerschap). Binnen deze standaard heeft het grootste aandeel herstelopdrachten betrekking op tekortkomingen in het burgerschapsonderwijs, dat dan onvoldoende doelgericht, samenhangend en/of herkenbaar is in de praktijk. Net als vorig jaar meldt de Inspectie dat de afstemming van burgerschapsaanbod op de leerlingenpopulatie en de doelgerichtheid van het aanbod burgerschap op veel scholen beter moet.
Het bovenstaande beeld blijkt ook te gelden voor Eerste Opvang Anderstaligen (EOA). Net als reguliere scholen “vinden EOA’s het moeilijk om voor burgerschap een curriculum op te stellen dat afgestemd is op de kenmerken van de leerlingenpopulatie. Bijna alle onderzochte EOA’s kregen een herstelopdracht voor burgerschap”, zo meldt het rapport.
In het onderliggende technische rapport over deze steekproefonderzoeken wordt het geschetste beeld van nadere onderbouwing en specificatie voorzien. Bij de basisvaardigheid burgerschap in alle drie de sectoren was bij bijna alle herstelopdrachten het curriculum in onvoldoende mate zowel doelgericht als samenhangend. In primair onderwijs zag men in 41% van de herstelopdrachten tekortkomingen in de mate waarin het curriculum passend is bij de leerlingenpopulatie en afgestemd is op de kenmerken van de leerlingenpopulatie en in voortgezet onderwijs bij 42%. De afstemming van het curriculum op de leerlingenpopulatie vormt voor alle drie de basisvaardigheden een aandachtspunt in het primair en voortgezet onderwijs. Daarnaast werd in het primair en voortgezet onderwijs in meer dan een derde van de herstelopdrachten gezien dat het curriculum voor burgerschap onvoldoende herkenbaar was in de onderwijspraktijk.
In deze editie wordt de schoolleider als spilfunctie binnen de organisatie uitgelicht. Noodzakelijke kwaliteitsverbeteringen bij taal, rekenen en burgerschap blijven helaas steken, en de rol van schoolleider wordt in dit verband ‘essentieel’ genoemd: de hefboom voor ontwikkeling en verbetering. Aan die kerntaak komt deze cruciale groep onvoldoende toe dankzij de zwaarte van haar takenpakket. Wat volgens hen nodig is: minder administratie, minder regeldruk, meer tijd en ruimte voor onderwijskundig leiderschap. De bal ligt daarvoor bij de schoolbesturen, zo schrijft de Inspectie.
“Wanneer schoolleiders de ruimte krijgen, kunnen zij voor verbetering zorgen, bijvoorbeeld in de samenhang van het burgerschapsonderwijs en geïntegreerd taalonderwijs.”
Ten behoeve van deze Staat van het Onderwijs zijn vragenlijsten onder schoolleiders in het primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs uitgezet, onder andere over de basisvaardigheid burgerschap. De geaggregeerde resultaten zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Wanneer gevraagd wordt naar de mogelijkheden om het burgerschapsonderwijs volgens eigen plan vorm te geven, worden de mate waarin externe ondersteuning beschikbaar is en de beschikbare tijd als voornaamste aandachtspunten gegeven. Daarbij geven bijna alle schoolleiders aan het burgerschapsonderwijs te integreren in andere leergebieden. In het primair onderwijs gaat het in de regel om zaakvakken (zoals wereldoriëntatie). Projectweken, excursies en gastlessen worden eveneens benut. Het voortgezet onderwijs noemt ook de laatste drie koppelingen, maar voegt daar de maatschappelijke stage aan toe.
De Inspectie wijst erop dat met een opbrengstgerichte benadering de scholen de burgerschapsopdracht beter kunnen realiseren. Die benadering vereist het concreet formuleren welke kennis, houdingen en vaardigheden leerlingen moeten leren, een planmatige inrichting van het onderwijs en inzicht in resultaten. Uit onze vraag aan Kennisrotonde blijkt opbrengstgericht werken aan burgerschap voor scholen geen eenvoudige opgave is, onder meer omdat de leerdoelen voor burgerschap niet eenduidig zijn en er geen referentieniveaus gelden (zoals dat voor taal en rekenen wel het geval is). De monitoring van burgerschapscompetenties vormt een cruciaal onderdeel van de opbrengstgerichte benadering. De helft van de schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs geeft aan deze competenties voor alle leerlingen of een deel daarvan in kaart te brengen. Schoolleiders in het (voortgezet) speciaal onderwijs zeggen dat dit op hun scholen wat vaker gebeurt (70-80%). Hier worden onder meer gestandaardiseerde meetinstrumenten, gesprekken met leerlingen, portfolio’s en projecten voor ingezet. Een meer gedetailleerde en uitgesplitste weergave per sector is terug te vinden in het technisch rapport over de basisvaardigheden (tabellen 29 tot en met 32).
Schoolleiders staan er niet alleen voor om het burgerschapsonderwijs vorm te geven. Het Expertisepunt Burgerschap biedt kosteloos adviseurs aan om hen kortdurend te ondersteunen, onder andere (maar zeker niet uitsluitend) bij een herstelopdracht. De adviseurs helpen scholen om de volgende stap te zetten in het doelgericht, samenhangend en herkenbaar vormgeven van burgerschapsonderwijs. Een adviseur denkt graag mee, maar een school blijft altijd zelf verantwoordelijk om aan een gegeven herstelopdracht te voldoen. Advisering is ook beschikbaar voor scholen die willen werken aan andere zaken rondom burgerschap, zoals professionaliseringstrajecten, methodieken of andere ondersteunende instrumenten. Klik hier voor meer informatie over de adviseurs. Zoek je langdurige ondersteuning? Bekijk dan het aanbod voor primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs.