Wetsevaluatie burgerschapsopdracht: implementatie complex voor scholen

24 februari 2026

Op dinsdag 17 februari 2026 heeft voormalig staatssecretaris Koen Becking de wetsevaluatie van de verduidelijkte burgerschapsopdracht naar beide Kamers der Staten-Generaal gestuurd. In de begeleidende brief schrijft Becking dat de wetsevaluatie laat zien dat de wet ‘relatief duidelijk’ is en dat scholen sinds de verduidelijking in 2021 stappen gezet hebben in de formalisering van het burgerschapsonderwijs. Tegelijkertijd, zo meldt Becking, ‘maakt de evaluatie duidelijk dat de implementatie complex is’. Een deel van de scholen heeft geen duidelijk beeld wanneer zij precies aan de opdracht voldoen. De nieuwe kerndoelen kunnen mogelijk bijdragen aan meer duidelijkheid hierover. Een aanbod van gerichte ondersteuning kan scholen mogelijk helpen bij het verzorgen van samenhangend en doelgericht burgerschapsonderwijs.   

Het evaluatierapport: vier onderzoeksvragen

Voor de evaluatie heeft het Verwey-Jonker Instituut gebruik gemaakt van onderzoek op basis van een vragenlijst (uitgezet onder 991 onderwijsprofessionals; ingevuld door 527 respondenten), aangevuld met acht diepte-interviews, twee expertpanels (focusgroepen) en bestudering van documenten. Het gaat hier om een ‘mixed-methods-onderzoeksopzet’, waarbij kwantitatieve en kwalitatieve methoden zijn gecombineerd om zowel breedte als diepgang te verkrijgen. In het rapport staat de vraag centraal ‘in hoeverre de beoogde verduidelijking en kwaliteitsimpuls uit de wetswijziging van 2021 daadwerkelijk zichtbaar worden in de onderwijspraktijk’. Deze hoofdvraag is uitgewerkt in vier nauw samenhangende onderzoeksvragen: 

  1. In hoeverre ervaren scholen de nieuwe wettelijke burgerschapsopdracht als duidelijk en werkbaar in de praktijk? Is er helderheid over de gemeenschappelijke kern en kwaliteitsverwachtingen van het burgerschapsonderwijs? 
  2. Heeft de nieuwe wettelijke burgerschapsopdracht geleid tot geleid tot het formuleren van expliciete, concrete leerdoelen? Hoe monitoren scholen de opbrengsten van hun burgerschapsonderwijs en hoe gebruiken ze de opgehaalde informatie voor verdere kwaliteitsverbetering? 
  3. Hoe ervaren scholen het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs? In hoeverre vinden ze haar toezicht passend en terughoudend in de eerste implementatiefase? 
  4. Is er op basis van de antwoorden op bovenstaande vragen mogelijk behoefte aan verdere verduidelijking of aanvullende ondersteuning? 

De vier onderzoeksvragen zijn beantwoord in vier aparte hoofdstukken. Daarna volgen de hoofdbevindingen en reflectie op het onderzoek. De onderzoekers concluderen dat het onderzoek een positief-kritisch beeld heeft opgeleverd. De evaluatie laat zien dat veel onderwijsprofessionals de bedoeling van de wet redelijk goed begrijpen. Sinds 2021 hebben scholen ook stappen gezet om hun burgerschapsonderwijs duidelijker vast te leggen en beter te organiseren. De systematische monitoring van opbrengsten is nog niet ver gevorderd. Daarmee is een deel van het doel van de wet bereikt: het stimuleren van doelgericht en samenhangend burgerschapsonderwijs voor alle leerlingen. 

Tegelijkertijd blijkt dat het invoeren van de wet ingewikkeld is. Scholen verschillen sterk in hoe ver ze zijn met de ontwikkeling van hun burgerschapsonderwijs. Veel onderwijsprofessionals weten bovendien nog niet goed wanneer een school precies aan de wet voldoet; er is behoefte aan meer duidelijkheid over beoordelingscriteria van het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs. Daarnaast bestaat er brede behoefte aan aanvullende ondersteuning en praktische handvatten voor de implementatie van burgerschapsonderwijs. In die zin biedt de wet nog niet genoeg houvast voor de dagelijkse praktijk. 

Beleidsreactie voor nieuw bewindspersoon

Voor de zomer zal de nieuwe bewindspersoon een nadere inhoudelijke reactie op de wetsevaluatie geven. Normaliter wordt een wet vijf jaar na inwerkingtreding geëvalueerd, maar voor de verduidelijkte burgerschapsopdracht vond deze evaluatie al na vier jaar plaats. Dit op verzoek van enkele Eerste Kamerleden tijdens de parlementaire behandeling van de Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs. 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*