Burgerschapsonderwijs in postkoloniale contexten: een verkennende studie in Caribisch Nederland

Datum toegevoegd: 04 februari 2026
  • Sector GO
  • Categorie Onderzoek en publicaties
  • Aanbieder European Educational Research Journal

Sinds 2006 geldt er een burgerschapsopdracht voor het funderend onderwijs, welke in 2021 werd verduidelijkt. Deze opdracht geldt eveneens voor de zogenoemde ‘bijzondere gemeenten’ Bonaire, Sint-Eustatius (Statia) en Saba. In het artikel ‘Citizenship education in postcolonial settings: An exploratory study in the Caribbean Netherlands’ onderzoeken Nerija Pang-Montroos en Joana Duarte hoe het burgerschapsonderwijs is vormgegeven in Caribisch Nederland.

Onderwijs op de BES-eilanden weerspiegelt volgens Montroos en Duarte de verschillende koloniale erfenissen en onderwijssystemen. Bonaire volgt grotendeels het Europees-Nederlandse curriculum, inclusief Nederlandstalige lesboeken en examens, terwijl Saba en Sint-Eustatius het systeem van de Caribbean Examination Council (CXC) aanhouden. Het Nederlandse curriculum op Bonaire biedt bepaalde voordelen – zoals het gemakkelijker inzetten van in Nederland opgeleide docenten en doorstroommogelijkheden naar het Nederlandse voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs – maar het sluit vaak onvoldoende aan bij leerlingen wiens leefwereld, taal en culture verbondenheid met name lokaal en Caribisch van aard is.

Onderzoeksopzet

Deze verkennende, kwalitatieve studie richtte zich op twee onderzoeksvragen:

  1. Wat verstaan docenten, schoolleiders en beleidsmedewerkers (op school- en rijksniveau) onder burgerschap en burgerschapsonderwijs?
  2. Hoe wordt burgerschapsonderwijs nu aangeboden, en hoe ziet de gewenste situatie eruit volgens deze betrokkenen?

Dataverzameling bestond uit 17 semigestructureerde interviews (die elk gemiddeld een uur duurden) en online werden afgenomen (in Nederlands en Engels). Deelnemers waren 2 schoolleiders, 7 docenten en 8 beleidsmedewerkers. Deelnemende schoolleiders en docenten geschiedenis/maatschappijleer waren uitsluitend afkomstig uit het voortgezet onderwijs op drie eilanden.

Resultaten

Een kernbevinding is dat op de eilanden is burgerschapsonderwijs nog niet samenhangend is uitgewerkt, gebaseerd op een concrete visie op burgerschap of burgerschapsonderwijs. In plaats daarvan komt het versnipperd terug binnen vakken zoals maatschappijleer en geschiedenis. Ook wordt de term ‘burgerschapsonderwijs’ door veel respondenten als onbekend ervaren. Een ervaren knelpunt is daarnaast dat het lesmateriaal weinig aansluiting biedt op de leefwereld van de leerlingen. Met name op Bonaire worden vaak Europees-Nederlandse boeken gebruikt; respondenten verschillen van mening of die passen bij de leefwereld van leerlingen. Sommigen vinden ze bruikbaar, anderen vinden ze sterk gekleurd/eurocentrisch. Voor Bonaire vormt daarbij de meertaligheid een dagelijkse uitdaging. De instructietaal van docenten is Nederlands, terwijl de moedertaal van de leerlingen Papiaments, Spaans of een andere taal is.

Op Bonaire willen schoolleiders en docenten meer aandacht voor internationalisering/wereldburgerschap (o.a. uitwisselingen), en meer kennis over multiculturaliteit. Op Sint-Eustatius (Statia) ziet men burgerschapsonderwijs als kans om het eiland verder te ontwikkelen en beter te leren waarderen. Op Saba leeft de vraag naar meer richtlijnen en onderwerpen, maar met behoud van onderwijsvrijheid: liever geen strakke methode, wel een (tekst)boek als ondersteuning waar docenten kritisch mee kunnen omgaan. Docenten willen bovendien meer training en ondersteuning bij het opzetten en uitvoeren van projecten en het betrekken van ouders.

Een andere opvallende bevinding volgens de auteurs is dat respondenten burgerschap en burgerschapsonderwijs niet meteen verbinden met de relatie met Nederland. Gezien de culturele diversiteit op de eilanden, maar ook de politieke verhouding, verwachtten de auteurs dat er meer aandacht zou zijn voor de verschillende culturen, sociale en taalkundige achtergronden en dat deze culturele omstandigheden ook sterker zouden doorwerken in de betekenis van burgerschap en in de manier waarop burgerschapsonderwijs wordt vormgegeven.

Over de auteurs

Nerija Pang-Montroos is programma-/beleidsmedewerker bij het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO). Ze studeerde onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en schreef haar masterscriptie onder leiding van Joana Duarte. Deze masterscriptie is later uitgebracht als wetenschappelijke publicatie.

Joana Duarte is momenteel hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en lector aan de NHL Stenden. Haar onderzoek richt zich op diversiteit in het onderwijs op het gebied van taal en cultuur, toegespitst op de condities en uitkomsten van het betrekken van meerdere talen in het onderwijs.

Meer informatie over onderwijs op Caribisch Nederland

Zoek je meer informatie over het onderwijs op Caribisch Nederland? Bekijk dan de pagina ‘Onderwijs, cultuur en wetenschap’ van de Rijksdienst Caribisch Nederland. Een overzicht van alle scholen is te vinden via deze pagina.

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*