De Erasmusschool

Datum toegevoegd: 15 januari 2026
  • Sector GO
  • Categorie Praktijkvoorbeelden

De Erasmusschool in Groningen is een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso) en valt onder de stichting RENN4. In een veilige, gestructureerde en prikkelarme omgeving combineren ze onderwijs met stages of dagbesteding, voor route arbeid en alle leerjaren van vmbo, havo en vwo. Het zijn leerlingen die veelal uitgevallen zijn in het reguliere onderwijs en langzaamaan weer de draad gaan oppakken. De ongeveer 95 leerlingen op de school hebben een eigen rooster en werken op hun eigen tempo.  

De school besteedt veel aandacht aan het ontwikkelen van talenten en het vinden van een passende volgende stap naar vervolgonderwijs of arbeid. Bij het wekelijkse ‘inspiratieplein’ kunnen leerlingen deelnemen aan gastlessen binnen en buiten de school, en leren ze hoe ze een bijdrage aan de samenleving vormgeven. De school is hiermee een oefenplaats waar jongeren leren samen te werken, samen te leren en samen te leven. Zo bereidt de school leerlingen voor op een duurzame plek in de maatschappij.  

Het Expertisepunt Burgerschap bracht een bezoek aan de school. We spraken met de schoolleiding, te weten Annemarie Boersma en Jiska van der Mooren. Ook schoof Meike, leerkrachtondersteuner, aan bij het gesprek. We kregen een rondleiding door de school en een kijkje in de keuken. Hoe werkt de Erasmusschool aan burgerschap? En hoe hebben zij hun burgerschapsplan en -leerlijnen uitgewerkt?  

Dit artikel gaat over de aanpak van de Erasmusschool, aan de hand van zes stappen om burgerschapsonderwijs vorm te geven.

Ga snel naar

Visie op burgerschap | Context van de school | Doelen voor burgerschap |Samenhang en leerlijnen | De school als oefenplaats | Evalueren van burgerschap | Tips 

Visie op burgerschap

De school wil voor iedere leerling een duurzame plek in de maatschappij. Burgerschap wordt niet gezien als een los vak, maar als een essentieel onderdeel van de ontwikkeling van leerlingen, juist omdat veel van hen de school verlaten zonder startkwalificatie. De school kenmerkt zich door maatwerk, individuele aandacht, kleinschaligheid, en veiligheid. Hiermee hopen ze dat leerlingen ontdekken wie ze zelf zijn en wat ze de wereld te bieden hebben.

De school richt zich op het meegeven van praktische vaardigheden, kennis en houdingen die leerlingen nodig hebben om een volgende stap in hun leven te zetten, of dat nu vervolgonderwijs, werk of een andere vorm van participatie is. Jiska benadrukt dat het gaat om het vullen van een ‘rugzak’: “Hoe we nou zoveel mogelijk handvatten, vaardigheden, maar ook kennis in die rugzak kunnen stoppen, om leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op een volgende stap in hun leven in hele brede zin.”

Actieve deelname aan de samenleving krijgt vorm op een manier die past bij de kwetsbaarheid van de leerlingen. Voor veel jongeren is deelnemen aan de maatschappij geen vanzelfsprekendheid. Annemarie schetst dit: “Sommige leerlingen vinden het echt al lastig om door de stad heen te lopen. Dus hoe ga je om met verkeer, met prikkels? Dat soort stapjes met ze doen is ook oefenen in hoe je straks actief bent.” Burgerschap betekent hier leren omgaan met dagelijkse situaties, sociale interactie en het durven innemen van een plek buiten de veilige schoolomgeving.

De visie is gezamenlijk met het team ontwikkeld en sluit aan bij een professionaliseringsslag binnen het speciaal onderwijs. De school biedt duidelijke kaders en ontwikkeldoelen rondom haar onderwijs. Annemarie verwoordt dit zo: “We zijn onderwijs, we zijn geen zorg of dagbesteding.” Ze hebben een tekening laten maken van deze visie en alle onderdelen die daaronder vallen (zie afbeelding).Hier is te zien hoe leerlingen binnenkomen op de school en via verschillende fases uitstromen naar een duurzame plek. Burgerschapsonderwijs ondersteunt de ontwikkeling van leerlingen tot zo zelfstandig en weerbaar mogelijke burgers.

Context van de school

De school is te vinden in de Zeeheldenbuurt in de stad Groningen. Het ligt redelijk geïsoleerd, vlak bij de spoorlijn Groningen-Leeuwarden en de westelijke ringweg. De school wordt gekenmerkt door een zeer kwetsbare leerlingenpopulatie. Veel leerlingen komen binnen vanuit een thuiszitsituatie en hebben negatieve ervaringen opgedaan in eerdere schoolsituaties. Er is meestal sprake van internaliserend gedrag, waardoor zij behoefte hebben aan een veilige, rustige omgeving om tot ontwikkeling te komen. Annemarie beschrijft hen als “leerlingen die beschadigd zijn geraakt”. Veiligheid en vertrouwen vormen daarom de basis van het onderwijs.

De thuissituaties van leerlingen zijn zeer divers en vaak complex. Jiska geeft aan: “Je ziet ook veel armoedeproblematiek, wat natuurlijk een enorme wissel trekt in de gezinnen, scheidingen en vechtscheidingen, uithuisplaatsingen.” De samenwerking met ouders kan dan uitdagend zijn. Intensief oudercontact is essentieel en structureel ingebed, met wekelijks contact en periodieke evaluaties waarbij ook hulpverlening en het samenwerkingsverband betrokken zijn.

De school brengt de leerlingcontext zorgvuldig in kaart. Dit gaat bijvoorbeeld om diagnoses, aanwezigheid, onderwijstijdverkorting en achtergrondkenmerken van de leerlingen. Hiermee kan het onderwijs zo goed mogelijk worden afgestemd op de specifieke behoeften van de leerlingen. Bijna alle leerlingen volgen een traject met onderwijstijdverkorting. De beperkte belastbaarheid is daarmee een kenmerkend aspect van de populatie. Pas wanneer een leerling zich veilig en vertrouwd voelt, kunnen stappen richting burgerschap worden gezet. De aandacht voor burgerschap begint vaak klein en laagdrempelig, bijvoorbeeld door samen het journaal te kijken en hierover in gesprek te gaan. Het leren uiten van een mening en het herkennen van gevoelens zijn voor deze leerlingen grote stappen.

Doelen voor burgerschap

De doelen voor burgerschap zijn door de school systematisch opgeschreven en doelgericht gemaakt op basis van de conceptkerndoelen burgerschap en expliciet afgestemd op de eigen leerlingenpopulatie. Daarbij is gebruikgemaakt van handreikingen van de Inspectie van het Onderwijs, die binnen de stichting (RENN4) een stappenplan presenteerde voor het vormgeven van een samenhangend burgerschapscurriculum. In een kwaliteitsonderzoek van de inspectie op de school, in september 2024, kwam naar voren dat burgerschap destijds onvoldoende was uitgewerkt naar de verschillende leerjaren en niveaus. De school heeft daarom afgelopen jaar een uitgebreid document met leerdoelen burgerschap per leerjaar ontwikkeld. Annemarie speelde hierin een centrale rol: “Op basis van het stappenplan wat zij hebben geschetst, ben ik aan de slag gegaan met het curriculum schrijven voor burgerschap.” De Erasmusschool heeft volgens de inspectie daarmee voldaan aan de gegeven herstelopdrachten.
Het vertrekpunt bij het formuleren van de doelen was niet zozeer het aanbod, maar de leerlingenpopulatie. Vanuit de vraag wat de leerlingen nodig hebben, denkend aan hun kwetsbaarheid, onderwijsroute en toekomstperspectief, is gekeken naar wat zij aan het einde van hun schoolloopbaan minimaal moeten laten zien op het gebied van kennis, vaardigheden en houding. Op basis hiervan zijn einddoelen geformuleerd per onderwijsroute, met een duidelijk onderscheid tussen de route arbeid en vervolgonderwijs. Vervolgens zijn deze einddoelen terugvertaald naar leerjaardoelen, zodat er een opbouw ontstaat over de verschillende leerjaren heen. Annemarie noemt dit een intensief maar noodzakelijk proces: “Vanuit die einddoelen zijn we teruggegaan naar: hoe knippen we het op in die leerjaren? Stap voor stap.”

Samenhang en leerlijnen

De samenhang en leerlijnen binnen het burgerschapsonderwijs zijn de afgelopen jaren versterkt. In eerste instantie heeft de school geïnventariseerd wat er al gebeurde in de praktijk. Bestaande activiteiten vanuit de jaarplanning, het inspiratieplein en elementen uit de reguliere methodes (Kies en Thema’s Maatschappijleer) zijn in kaart gebracht en gekoppeld aan burgerschapsdoelen. “We gebruiken burgerschap als een soort van kapstok om allerlei aanbod aan te hangen”, zegt Jiska. Hoewel dit inhoudelijk veel opleverde, ontbrak eerder de expliciete verbinding tussen de verschillende onderdelen. Jiska licht toe: “We hadden het wel op orde gemaakt, maar we hadden het nog niet aan elkaar geregen.” Door het curriculum expliciet te maken, is voor leerlingen en personeel duidelijker geworden hoe activiteiten bijdragen aan burgerschapsdoelen.

De kern van de samenhang zit in het werken vanuit een doorlopende leerlijn, waarin burgerschapsdoelen per leerjaar en per onderwijsroute zijn uitgewerkt en verbonden aan concrete activiteiten. Het inspiratieplein speelt hierin een centrale rol. Dit is een vast onderdeel van het onderwijsaanbod waarin alle leerlingen, op hun eigen niveau, wekelijks twee lesuren oefenen met burgerschapsvaardigheden, zowel binnen als buiten de school. Leerlingen worden hierbij bewust uitgedaagd om hun ‘bubbel’ te verlaten, met ruimte voor maatwerk en begeleiding. De doelstelling is dat uiteindelijk alle leerlingen deelnemen aan externe activiteiten, ook als dit in eerste instantie spannend is.

Daarnaast zijn de doelen verbonden aan een jaarplanner, waarin verschillende activiteiten, lessen en themadagen, zoals de dag van de Kinderrechten, Prinsjesdag en World Cleanup Day, bewust worden ingezet als leercontexten voor burgerschap. “Met de World Cleanup Day gaan we met alle leerlingen de wijk in om de boel schoon te maken. Dat is ook leerlingen het besef geven van: dit hoort daar ook bij”, benoemt Meike. Dergelijke dagen of momenten, bijvoorbeeld ook Paarse Vrijdag, de Week tegen Pesten en Blue Monday, worden aangegrepen om burgerschapsactiviteiten vorm te geven. Deze sluiten vaak aan bij het thema dat een bepaalde periode centraal staat. Rondom thema’s als gezonde relaties en seksualiteit, of verleidingen is een programma van activiteiten opgebouwd. De activiteiten worden klassikaal voorbereid en nabesproken en expliciet gelinkt aan de doelen per leerjaar. Zo ontstaat een cyclisch en herkenbaar aanbod, waarin doelen terugkomen in verschillende contexten.

Waar voorheen een gastles of voorlichting op zichzelf stond, wordt nu vooraf het doel benoemd en achteraf gereflecteerd op wat leerlingen hebben geleerd. Annemarie zegt: “Er wordt nu ook een verwerkingsopdracht aan zo’n activiteit gehangen.” Deze verwerking krijgt vorm op passend niveau: van een nagesprek in de route arbeid tot een verslag of essay in de havo/vwo leerroute.

De school als oefenplaats

De school geeft aan dat de oefenplaats een plek is waarin leerlingen in een veilige en overzichtelijke omgeving kunnen experimenteren met sociale en maatschappelijke competenties. Juist gezien de kwetsbaarheid van de leerlingenpopulatie is het van groot belang dat zij burgerschap niet alleen cognitief leren, maar vooral ook ervaren en oefenen. De school biedt hiervoor bewust verschillende contexten, zowel binnen als buiten de school.

Zo geven ze op school veerkrachttraining (bounce-training). In deze training werken leerlingen in groepsverband expliciet aan het vergroten van hun veerkracht en zelfinzicht. Meike zegt over de bounce-training: “We trainen op het vergroten van de veerkracht van leerlingen. Door middel van activiteiten leren ze zichzelf beter kennen.” Leerlingen onderzoeken hun eigen rol binnen een groep, herkennen gedragspatronen en oefenen met zelfreflectie en het eventueel bijstellen van die patronen. De spanningsboog en het begripsniveau kan per leerling sterk verschillen. Zoals Meike aangeeft, vraagt dit voortdurend om afstemming: “Hoe gaan we dat zo aanbieden dat het wel lukt? Dat is ook dat stukje maatwerk wat hier continu in terugkomt.”

Binnen de Gezonde en Veilige school is daarnaast veel aandacht voor relationele en seksuele vorming. Dit sluit nauw aan bij burgerschap, omdat leerlingen oefenen met respect voor zichzelf en de ander, autonomie en sociale veiligheid. Meike beschrijft het als: “Wat vind ik fijn, wensen en grenzen, hoe voel ik überhaupt de dingen die in mij spelen?” Door gevoelens te benoemen en bespreekbaar te maken, leren leerlingen dat hun ervaringen er mogen zijn.

De maatschappelijke competenties krijgen onder meer vorm binnen het inspiratieplein en in klassikale lessen die aansluiten bij actuele gebeurtenissen. Annemarie noemt voorbeelden als bezoeken aan de rechtbank en aandacht voor verkiezingen en Prinsjesdag: “Daar wordt op niveau in de klas aandacht aan besteed. Leerlingen kunnen daarmee oefenen of in gesprek.” De werkgroep burgerschap ontwikkelt hiervoor lessen en verwerkingsopdrachten, zodat leerlingen niet alleen kennismaken met maatschappelijke instituties, maar ook leren reflecteren, vragen stellen en hun mening verwoorden.

Een andere oefenplaats binnen de school is de leerlingenraad. Deze biedt leerlingen de mogelijkheid om te oefenen met vertegenwoordiging, inspraak en democratische besluitvorming. Leerlingen kunnen zich verkiesbaar stellen en vertegenwoordigen hun groep binnen de leerlingenraad. Annemarie merkt op dat dit soms verrassende resultaten oplevert: “Het verbaast me soms wel, want dit jaar zitten er een aantal leerlingen waarvan ik dacht: had ik niet verwacht. Ze nemen het heel serieus.” De leerlingenraad wordt begeleid door mentoren, die leerlingen ondersteunen in het voorbereiden van agendapunten en het onderbouwen van standpunten.

Via de leerlingenraad hebben leerlingen invloed op het schoolbeleid. Schoolregels en praktische kwesties worden aan hen voorgelegd, en ideeën vanuit leerlingen worden gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn de inrichting van een stilteruimte, de organisatie van schoolfeesten en voorstellen rond genderneutrale toiletten. Ook kleinere, alledaagse onderwerpen krijgen een plek, wat de toegankelijkheid van participatie vergroot. De school kiest er bewust voor om leerlingen serieus te nemen als gesprekspartner, ongeacht het niveau of de omvang van het onderwerp. Voor leerlingen die dit spannend vinden, biedt de school begeleiding en tijd om hierin te groeien. Burgerschap krijgt hiermee betekenis in het dagelijks handelen van de school en sluit aan bij het overkoepelende doel om leerlingen toe te leiden naar een zo zelfstandig en duurzaam mogelijke plek in de maatschappij.

Voor het oefenen met innemen van een plek buiten de veilige schoolomgeving zoekt de school actief samenwerking met externe partners, zoals FC Groningen, Van der Valk Hotel, en lokale bedrijven. In deze trajecten combineren ze bewegen, talentontwikkeling en voorbereiding op werk, bijvoorbeeld door het leren maken van een cv. Volgens Jiska is het ultieme doel dat leerlingen daadwerkelijk participeren: “Als een leerling uiteindelijk zelfstandig op stage gaat en ergens een betaalde baan heeft, dan denken we: yes.”

Evalueren van burgerschap

De evaluatie van burgerschap is binnen de school in ontwikkeling. Vanuit de wens om zicht te krijgen op de ontwikkeling van leerlingen en om aan te sluiten bij het schooleigen curriculum, heeft de school gekozen voor een evaluatie-instrument dat flexibel is in te zetten. De werkgroep burgerschap en digitale geletterdheid werkt momenteel aan verdere borging, onder andere door het curriculum te integreren in een digitaal systeem. Dit moet het mogelijk maken om de voortgang van leerlingen te volgen, doelen te evalueren en het onderwijs waar nodig bij te stellen. De bedoeling is om deze werkwijze eerst in een aantal lessen te testen en op basis van ervaringen bij te stellen.

Het evaluatie-instrument (van Compasser) biedt de school de mogelijkheid om data te analyseren op verschillende niveaus. Zo ontstaat niet alleen inzicht in de ontwikkeling van individuele leerlingen, maar ook input voor het versterken en verfijnen van het burgerschapsonderwijs als geheel. Hoewel het lesaanbod en burgerschapsactiviteiten niet wezenlijk zijn veranderd, wordt nu expliciet gekeken wat deze opleveren voor leerlingen. Reflectie vindt plaats via logboeken, posters, gespreksformulieren en klassikale terugblikken.

Eerder maakte de school gebruik van een gestandaardiseerd meetinstrument voor burgerschap. Deze bleek het onvoldoende aan te sluiten bij de eigen doelen van de school. Annemarie licht toe: “Ik vond het zelf te ingewikkeld om te koppelen aan al onze doelen die we zelf hebben gemaakt.” Daarom is de school overgestapt naar Compasser.

De school heeft recent streefniveaus voor sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen vastgesteld. Dit zijn uitspraken over het percentage leerlingen dat bepaalde competenties heeft als zij de school verlaten. Deze niveaus zijn gebaseerd op kennis van de leerlingenpopulatie, ervaring van het team en de geformuleerde einddoelen. Het zijn nu nog voorlopige inschattingen. Aan het einde van het schooljaar wordt geëvalueerd of de streefniveaus realistisch zijn en waar bijstelling nodig is. De school gaat dan ook extra aandacht besteden aan het afstemmen van doelen, activiteiten en meetinstrumenten.

Tips

De Erasmusschool heeft met betrekking tot een herstelopdracht een aantal concrete en realistische tips voor andere scholen die aan de slag moeten met het versterken van hun burgerschapsonderwijs. De belangrijkste les is dat een herstelopdracht niet begint bij het schrijven van documenten, maar bij inzicht in de eigen leerlingenpopulatie. Jiska noemt het gelijk: “Sowieso die leerlingenanalyse, die populatieanalyse.” Door scherp te krijgen wie de leerlingen zijn, wat zij nodig hebben en wat realistisch is in hun ontwikkeling, ontstaat de basis voor verdere keuzes.

Vanuit die analyse is het tweede advies om gestructureerd te werken met de kerndoelen: eerst bepalen welke einddoelen de school zelf wil stellen en deze vervolgens stap voor stap op te knippen naar leerjaren en niveaus. Annemarie benadrukt dat juist deze volgorde helpend is gebleken: “Ga eerst kijken: wat zijn die kerndoelen? Wat wil ik zelf als doel stellen als school zijnde? En vanuit daaruit kijken: wat doe ik dan per leerjaar?” Dit voorkomt dat scholen blijven hangen in losse activiteiten zonder samenhang.
Een derde tip is om expliciet te kijken naar wat er al gebeurt in de school. Vaak blijkt het huidige burgerschapsaanbod omvangrijker dan vooraf gedacht. Jiska geeft aan: “Kijk ook wat je eigenlijk allemaal al doet en kan je dit wegzetten onder burgerschap?” Door bestaand aanbod te koppelen aan doelen ontstaat overzicht en erkenning voor het werk dat al gedaan wordt, zonder dat er meteen grote veranderingen nodig zijn.

Hoewel het formuleren van doelen als het meest ingewikkeld wordt ervaren, is het volgens hen essentieel dat scholen ook kunnen laten zien hoe zij monitoren of doelen worden behaald. Annemarie erkent dat het proces complex en soms frustrerend is: “Op een gegeven moment raak je echt de draad kwijt.” Tegelijkertijd geeft juist deze uitwerking houvast en richting aan het onderwijs.
Tot slot geven zij mee dat actuele maatschappelijke thema’s, zoals genderidentiteit en culturele diversiteit, onlosmakelijk onderdeel zijn van burgerschap en vragen om openheid, professionalisering en dialoog binnen het team. Zoals Jiska het samenvat: “We hebben allemaal wel wat. Ja, en dat verbindt ook.” Juist die gedeelde kwetsbaarheid vormt volgens hen een goede basis voor burgerschapsonderwijs dat recht doet aan leerlingen en onderwijsprofessionals.

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*