Eerste Kamer stemt in met wettelijke grondslag voor kerndoelen burgerschap

02 juni 2026

Op 2 juni 2026 heeft de Eerste Kamer der Staten-Generaal ingestemd met de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen. Met deze wet wordt het landelijk curriculum van het primair onderwijs, gespecialiseerd onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs gewijzigd door meer nadruk te leggen op de basisvaardigheden: taal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. Deze instemming betekent dat burgerschap wettelijk wordt verankerd als leergebied. Deze nieuwe grondslag vormt de basis voor de kerndoelen voor burgerschap.

Deze nieuwe wet regelt daarmee de juridische grondslag voor het vaststellen van de kerndoelen. Het gaat dus nadrukkelijk niet over de inhoud van de kerndoelen. Die inhoud wordt in een apart besluit vastgelegd: een zogenoemde algemene maatregel van bestuur (AMvB).

  • Wat maakt de nieuwe wet nog meer mogelijk?

    De nieuwe wet maakt, naast de wettelijke grondslag om kerndoelen voor burgerschap vast te stellen, ook een aantal andere zaken mogelijk:

    • Er komt een ruimere definitie van een kerndoel. Een kerndoel wordt omschreven als een ‘na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen’. Door ‘het opdoen van ervaringen’ toe te voegen, ontstaat ruimte voor doelen die minder als individuele beheersingsdoelen zijn geformuleerd. In de conceptkerndoelen komt dit bijvoorbeeld terug in doelen die gericht zijn op wat de school aanbiedt, zoals in het kerndoel: “De school geeft vorm aan de democratische oefenplaats.”
    • Het wordt mogelijk om uitwerkingen van kerndoelen vast te stellen. Hiermee wordt beoogd nadere inhoudelijke doelstellingen te formuleren die een concrete en specifieke invulling geven aan de kerndoelen. Dit maakt het mogelijk om nadere specificaties van het landelijk curriculum op te stellen. Deze uitwerkingen maken deel uit van het wettelijk voorschrift (‘Het gaat hierbij om..’).
    • Het wordt mogelijk om specifieke kerndoelen op te stellen voor het derde leerjaar van havo en vwo. Daarnaast wordt het mogelijk om scholen de ruimte te bieden om in de onderbouw van havo en vwo het onderwijs voor bepaalde kerndoelen over drie jaar uit te spreiden in plaats van over twee jaar.
    • Er komt een lichte voorhangprocedure. Dit betekent dat de kerndoelen eerst aan beide Kamers der Staten-Generaal moeten worden voorgelegd voordat ze kunnen worden vastgesteld. Dat gebeurt voor een periode van vier weken. Binnen deze periode kunnen Kamerleden vragen stellen over de kerndoelen en met de bewindspersoon hierover van gedachten wisselen. Deze procedure waarborgt de betrokkenheid van het parlement bij de vaststelling van de kerndoelen (in een eerder stadium dan voorheen het geval was). Deze bepaling is bij amendement aan de wet toegevoegd.
    • Er wordt geregeld dat om de tien jaar wordt bekeken of herziening van alle kerndoelen noodzakelijk is, waarbij het advies van de Onderwijsraad wordt betrokken. Deze bepaling is eveneens bij amendement aan de wet toegevoegd.

Momenteel ligt het conceptbesluit met de kerndoelen voor (onder meer) burgerschap voor ter openbare internetconsultatie. Via deze route kunnen verschillende betrokkenen reageren op de voorgestelde kerndoelen en suggesties doen om de kwaliteit en uitvoerbaarheid ervan te verbeteren. Reageren kan tot en met 9 juni 2026.

Na verwerking van de consultatiereacties worden de kerndoelen voor een periode van vier weken voorgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal. Daarna worden de kerndoelen aan de Raad van State voorgelegd met het verzoek om een advies uit te brengen. De regering reageert vervolgens op het advies van de Raad van State met een nader rapport. Indien nodig brengt zij aanpassingen aan in de voorgestelde kerndoelen of in de toelichting daarbij. Tot slot worden de kerndoelen bekendgemaakt door publicatie in het Staatsblad.

Behandeling Eerste Kamer en vervolg

Tijdens de plenaire behandeling in de Eerste Kamer verdedigde staatssecretaris Tielen de kerndoelen voor burgerschap als een balans tussen richting en ruimte: duidelijke richting over wat leerlingen moeten weten en ervaren rond de democratische rechtsstaat en het omgaan met verschillen, én ruimte voor scholen, leraren en de eigen levensbeschouwelijke invulling. Zij kondigde een Kamerbrief aan over de evaluatie van de burgerschapsopdracht. Daarbij gaf zij aan dat het ministerie wil inzetten op meer helderheid over wettelijke taken en dat wordt gekeken naar meer en betere nascholing rond de burgerschapsopdracht. De kerndoelen voor burgerschap omschreef zij als helpend voor scholen, omdat zij houvast bieden bij het vertalen van de wettelijke burgerschapsopdracht naar de praktijk.

De kerndoelen voor burgerschap gaan naar verwachting per 1 augustus 2027 gelden, waarna een overgangsperiode van vier jaar volgt. Scholen kunnen deze periode gebruiken om hun onderwijs aan te passen. Vanaf 1 augustus 2031 start het handhavend toezicht door de Inspectie van het Onderwijs. Bekijk ook deze infographic van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor een visueel overzicht van de huidige verplichtingen en toekomstige veranderingen.

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Meld je aan!

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je net als 7200 andere
onderwijsprofessionals in voor
onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Selecteer één of meerdere sectoren*