Op 2 juni 2026 heeft de Eerste Kamer der Staten-Generaal ingestemd met de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen. Met deze wet wordt het landelijk curriculum van het primair onderwijs, gespecialiseerd onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs gewijzigd door meer nadruk te leggen op de basisvaardigheden: taal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. Deze instemming betekent dat burgerschap wettelijk wordt verankerd als leergebied. Deze nieuwe grondslag vormt de basis voor de kerndoelen voor burgerschap.
Deze nieuwe wet regelt daarmee de juridische grondslag voor het vaststellen van de kerndoelen. Het gaat dus nadrukkelijk niet over de inhoud van de kerndoelen. Die inhoud wordt in een apart besluit vastgelegd: een zogenoemde algemene maatregel van bestuur (AMvB).
De nieuwe wet maakt, naast de wettelijke grondslag om kerndoelen voor burgerschap vast te stellen, ook een aantal andere zaken mogelijk:
Momenteel ligt het conceptbesluit met de kerndoelen voor (onder meer) burgerschap voor ter openbare internetconsultatie. Via deze route kunnen verschillende betrokkenen reageren op de voorgestelde kerndoelen en suggesties doen om de kwaliteit en uitvoerbaarheid ervan te verbeteren. Reageren kan tot en met 9 juni 2026.
Na verwerking van de consultatiereacties worden de kerndoelen voor een periode van vier weken voorgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal. Daarna worden de kerndoelen aan de Raad van State voorgelegd met het verzoek om een advies uit te brengen. De regering reageert vervolgens op het advies van de Raad van State met een nader rapport. Indien nodig brengt zij aanpassingen aan in de voorgestelde kerndoelen of in de toelichting daarbij. Tot slot worden de kerndoelen bekendgemaakt door publicatie in het Staatsblad.
Tijdens de plenaire behandeling in de Eerste Kamer verdedigde staatssecretaris Tielen de kerndoelen voor burgerschap als een balans tussen richting en ruimte: duidelijke richting over wat leerlingen moeten weten en ervaren rond de democratische rechtsstaat en het omgaan met verschillen, én ruimte voor scholen, leraren en de eigen levensbeschouwelijke invulling. Zij kondigde een Kamerbrief aan over de evaluatie van de burgerschapsopdracht. Daarbij gaf zij aan dat het ministerie wil inzetten op meer helderheid over wettelijke taken en dat wordt gekeken naar meer en betere nascholing rond de burgerschapsopdracht. De kerndoelen voor burgerschap omschreef zij als helpend voor scholen, omdat zij houvast bieden bij het vertalen van de wettelijke burgerschapsopdracht naar de praktijk.
De kerndoelen voor burgerschap gaan naar verwachting per 1 augustus 2027 gelden, waarna een overgangsperiode van vier jaar volgt. Scholen kunnen deze periode gebruiken om hun onderwijs aan te passen. Vanaf 1 augustus 2031 start het handhavend toezicht door de Inspectie van het Onderwijs. Bekijk ook deze infographic van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor een visueel overzicht van de huidige verplichtingen en toekomstige veranderingen.