Welke werkvormen, op school en in de klas, dragen effectief bij aan de democratische ontwikkeling van jongeren? Om op die vraag antwoord te krijgen heeft Jip Teegelbeckers in samenwerking met Hessel Nieuwelink en Ron Oostdam een overzichtsstudie (literatuurreview) uitgevoerd. Het doel van deze overzichtsstudie was om beter te begrijpen: (1) welke werkvormen effectief zijn bij het stimuleren van de democratische ontwikkeling van jongeren, (2) welke onderwijskundige elementen verbonden zijn met deze werkvormen, en (3) welke democratische competenties de studenten ontwikkelen met behulp van de werkvormen.
Uit 54 interventies en 51 verschillende kwantitatieve effectstudies (geschreven tussen 2010 en 2020) konden vijf werkvormen gecategoriseerd worden, namelijk: instructie en klassikale besprekingen, opdrachten, discussies in groepjes, maatschappelijke projecten, en simulaties of leerlingenraden waarin wordt geoefend met democratische besluitvorming. Sommige werkvormen zijn leraar-gestuurd, zoals instructie, terwijl andere werkvormen meer ruimte bieden voor de eigen inbreng van de student, zoals projecten. Daarnaast kennen de werkvormen verschillende mate van interactie – sommige werkvormen zijn gericht op discussie en samenwerking, terwijl dat bij andere werkvormen beperkt aanwezig is.
Uit het onderzoek kwam naar voren dat de verschillende werkvormen aan verschillende democratische competenties bij kunnen dragen. Zo dragen:
Wanneer je verschillende werkvormen in zou zetten tijdens de lessen zouden leerlingen zich breder kunnen ontwikkelen.
Op basis van deze overzichtsstudie hebben de onderzoekers een tweedelige poster ontworpen, waarop de vijf werkvormen, en de daarmee te stimuleren democratische competenties, visueel worden weergegeven.
Ben je benieuwd geworden naar het onderzoek en wil je hier meer over lezen? Lees het hele onderzoek hier terug (open access).