Burgerschapsonderwijs vindt niet alleen binnen de school plaats. Ook thuis, in de buurt, bij verenigingen en in de samenleving doen leerlingen ervaringen op die bijdragen aan hun ontwikkeling als burger. Daarom is het belangrijk dat het burgerschapsonderwijs aansluit bij de omgeving van de school en de leefwereld van leerlingen.
Samenwerking met ouders en maatschappelijke partners kan het burgerschapsonderwijs versterken. De school kan met hen afstemmen over wat leerlingen nodig hebben, welke activiteiten daarbij passen en hoe school en omgeving elkaar kunnen aanvullen.
Onze school stemt het burgerschapsonderwijs af op onze maatschappelijke samenleving.
Samenwerking met de omgeving helpt om burgerschapsonderwijs te verbinden met de wereld buiten de school. Als school overleg je met ouders, andere scholen en maatschappelijke partners over onder meer de inhoud van het burgerschapsonderwijs en de activiteiten die daarbij horen.
Onderzoek laat zien dat leerlingen zich beter ontwikkelen en betere resultaten halen als hun ouders betrokken zijn bij school. Ouders en school zijn elkaars partner in het onderwijs en de vorming van de kinderen. De ontwikkeling van kinderen wordt voor 80% beïnvloed of bepaald door de thuisomgeving en het kind zelf, en voor 20% door de school (Marzano, 2014). De toon waarop over school gepraat wordt in de thuissituatie, de verwachtingen die ouders van hun kind hebben, de feedback en begeleiding of ondersteuning die ouders hun kind geven en de opvoedingsstijl of de opvoedcultuur zijn belangrijke factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van kinderen.
Scholen zijn geen eilanden in de samenleving, maar werken met veel partijen, organisaties, belanghebbenden en andere individuen samen. De gedachte achter samenwerking met deze ‘partners’ is dat je als school niet alles alleen kunt en dat dat ook niet hoeft. In het kader van burgerschap is samenwerken en verbinding zoeken én maken met de ander iets wat je aan je leerlingen wil meegeven.
Omdat de school en de andere partners een gemeenschappelijk doel hebben is deze samenwerking meer dan inkopen of uitbesteden; zeker in het kader van burgerschap is de voorbeeldrol hierin belangrijk. Iedere deelnemer geeft een stukje van de eigen autonomie op om een gezamenlijk doel te bereiken. Samenwerking met partners vraagt om een samenhangende aanpak: een gedeelde visie en uitwerking van de doelen.
Bij maatschappelijke partners kun je denken aan:
Het is noodzakelijk om de leefwereld van kinderen te betrekken bij het behandelen van burgerschapsonderwerpen. De wereld de school binnenhalen draagt daaraan bij. Belangrijke elementen daarbij zijn ook om (al vanaf de kleutergroepen) aandacht te hebben voor het wereldnieuws, en verbindingen te leggen tussen wat er in de wereld gebeurt en de persoonlijke geschiedenis van leerlingen. Door te leren van en met elkaar, en door de verbinding te leggen tussen de buitenwereld en hun eigen wereld, leren kinderen op een natuurlijke manier om respect te hebben voor een ander. Hierbij hoort het samenwerken met partners buiten de school.
Gebruik ook de mogelijkheden in de omgeving van de school. Werk bijvoorbeeld samen met organisaties of bedrijven uit de buurt of organiseer uitwisseling met andere scholen. Door te leren over overeenkomsten en verschillen tussen mensen, landen en culturen wordt de kennis van de leerlingen en hun vaardigheden in bijvoorbeeld tolerantie bevorderd.
"*" geeft vereiste velden aan