Goed burgerschapsonderwijs vraagt een intentionele en doelgerichte aanpak. In de praktijk gebeurt het bevorderen van burgerschapscompetenties op veel scholen nog te weinig planmatig. Activiteiten dragen wel bij aan de ontwikkeling van leerlingen, maar vaak ontbreekt een duidelijke samenhang en systematische opbouw. Daardoor is niet altijd zichtbaar in hoeverre de gewenste ontwikkeling bereikt wordt.
Om burgerschapsonderwijs effectief vorm te geven, moet een school eerst duidelijk hebben wat zij onder burgerschap verstaat. De manier waarop een school de visie op burgerschap uitwerkt, hangt samen met haar visie op mens en maatschappij, haar opvattingen over wat leerlingen nodig hebben, en de wettelijke eisen. Deze visie wordt uitgewerkt in concrete leerdoelen voor kennis, vaardigheden en houdingen.
Onze school heeft een duidelijke visie op burgerschapsonderwijs.
Wat wil de school zijn leerlingen meegeven als voorbereiding op de samenleving? Dit wordt ingevuld door het eigen mens- en wereldbeeld van de school, als ook de wettelijke eisen.
1. De eigen schoolcontext
Burgerschap is een groot onderwerp en kan een hoog ver-van-mijn-bed-gehalte hebben. Start bij de eigen schoolcontext om snel tot een betekenisvol gesprek te komen voor de eigen lespraktijk. Wie zijn onze leerlingen; welke uitdagingen hebben of krijgen zij? In wat voor wijk staat onze school? Wat willen we leerlingen vanuit ons eigen schoolprofiel meegeven? De gesprekstool Pas op de Plaats helpt. Laat het team in tweetallen de vijf vragen bij de afbeelding beantwoorden (stap 1). Bespreek na een kwartier met elkaar de bevindingen om tot een gezamenlijke conclusie te komen.
2. De basiswaarden en hun betekenis
In de aangescherpte wet staan een aantal basiswaarden van de democratie benoemd, waar een school minimaal aan moet werken. Ga als team met elkaar in gesprek over wat deze waarden betekenen op jullie school. Hoe worden ze zichtbaar in gedrag van leerlingen en collega’s? Hoe ga je dat stimuleren? Kijk ook welke waarden de school belangrijk vindt om toe te voegen naast de verplichte basiswaarden en waarom. Doe hetzelfde met de kerndoelen.
3. Wat is ‘goed burgerschap’?
Binnen burgerschapsonderwijs kan men verschillende accenten leggen. Leenders, Veugelers en De Kat (2008) onderscheidden in hun onderzoeken onder docenten, schoolleiders, ouders en leerlingen drie typen burgerschap, gebaseerd op een verschillend cluster van pedagogische doelen.
De clusters zijn discipline, autonomie en sociale betrokkenheid, die in een eerder onderzoek van Veugelers en de Kat (2003) ontdekt werden. De drie typen burgerschap leggen verschillende accenten in doelen en hangen samen met andere pedagogisch-didactische praktijken (Leenders en Veugelers, 2004). Wanneer je kijkt naar het model, waar ligt dan op jouw school de nadruk?
4. De persoonlijke motivatie van leerkrachten en leerlingen
Burgerschap krijgt vorm in en door het handelen van iedereen in de school én in de onderlinge interactie. Veel van dit handelen gaat onbewust op basis van persoonlijke overtuigingen, ideeën, wensen en behoeften. Een gesprek op persoonlijk niveau kan helpen een visie en missie te ontwikkelen waar leerlingen en leerkrachten ook intrinsiek voor gemotiveerd zijn.
Enkele voorbeeldvragen voor collega’s:
Burgerschapsvorming is niet iets dat een leerling overkomt. Het kan interessant zijn om ook met leerlingen in gesprek te gaan.
Enkele voorbeeldvragen voor leerlingen:
Het spel BurgerSmaken kun je gebruiken om op laagdrempelige en ludieke wijze met elkaar als team in gesprek te gaan. Het doel is om verbindingen te leggen en ervaringen uit te wisselen. Daarbij staan de ‘voorleeffunctie’ van de onderwijsorganisatie en ‘de school als oefenplaats’ centraal. De gesprekstool kan terugkerend worden ingezet om te reflecteren op wat goed gaat en wat er beter kan, en te achterhalen wat belangrijke thema’s zijn.
De Quickscan burgerschap helpt een beeld te krijgen van de stand van zaken met betrekking tot het burgerschapsonderwijs in de eigen school. De uitkomsten geven inzicht: hoe wordt het burgerschapsonderwijs op dit moment in de school ervaren. Het is een hulpmiddel om in gesprek te gaan, zodat je gezamenlijk de koers en ontwikkelpunten kunt bepalen.
SLO heeft de infographic ‘Stappenplan en adviezen versterken basisvaardigheden burgerschap’ ontwikkeld, bekijk het hier. In het Stappenplan burgerschap is dit onderdeel verder uitgewerkt. Stap 1 gaat over het opstellen of aanpassen van je visie op burgerschap het opstellen. Je kunt het hier raadplegen.
Onze school heeft concrete leerdoelen vastgesteld.
Als er een visie is, werk je deze uit naar leerdoelen. Te beginnen bij algemene leerdoelen: welke kennis, vaardigheden en houdingen moeten leerlingen beheersen wanneer ze de school verlaten? Deze specificeer je vervolgens naar leerjaar, leerdomein en onderwijsniveau. Het leerdoel moet zo concreet zijn dat je eruit moet kunnen afleiden welke lesstof en aanpakken nodig zijn om de leerdoelen te bereiken en je moet kunnen vaststellen of de leerlingen de leerdoelen hebben bereikt.
De leerdoelen moeten tot slot samenhangend zijn opgenomen in het onderwijsprogramma van de school en zichtbaar zijn in het schoolplan, vakleerplannen en lesplannen.
Het stappenplan van SLO helpt scholen in het funderend onderwijs om burgerschapsonderwijs stap voor stap systematisch en doelgericht vorm te geven. Stap 4 gaat over het opstellen van leerdoelen per leerjaar en een doorlopende leerlijn. Je kunt het hier raadplegen.
"*" geeft vereiste velden aan